Staat van de Ether 2016

Staat van de Ether 2016

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.agentschaptelecom.nl/staatvandeether/2016/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Voorwoord en inleiding

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Welkom

Een dab+ antenne in de natuur

Voorwoord

‘Van nice to have, naar need to have’. Die ontwikkeling tekent de positie van telecommunicatie in de samenleving. ‘Altijd’ lijkt de sociale teneur, en ‘overal’ de maatschappelijke eis. Al lang niet meer alleen om te bellen. Internet is de norm en online versmelt met real life. De digitale samenleving ontstaat.

Dat kan in ons land. Nederland beschikt over wijdvertakte infrastructuur op gebied van telecommunicatie. Die infrastructuur ligt ten grondslag aan welke vorm van digitalisering dan ook. Volledige dekking is er niet. En het is een utopie te veronderstellen dat dat kan. Daarvoor zijn er teveel beperkende omstandigheden. Natuurgebieden om in stand te houden, weersomstandigheden die belemmeren. Of bijvoorbeeld bezwaren tegen het plaatsen van nieuwe antennes, uit zorg voor gezondheid of horizonvervuiling. Het rechtvaardigt een discussie over de vraag of we wel moeten streven naar honderd procent dekking.

Ondertussen dendert de digitalisering door. De Nederlandse infrastructuur biedt daarvoor een uitstekend fundament. Capaciteit en snelheid bieden ruimte voor innovatie. Maar ieder aanbod creëert nieuwe vraag. Dat zal de druk op het toch al schaarse spectrum verder vergroten. We moeten het internet of things ook in dat licht beschouwen.

Nieuwe kwetsbaarheden ontstaan. De telecom infrastructuur is in technische zin in orde. En de beschikbaarheid en continuïteit idem. Daarvoor staat het agentschap al sinds 1927 aan de lat. Maar hoe veilig is het gebruik van de diensten die over dat netwerk aangeboden worden eigenlijk? Hoe gerechtvaardigd is het vertrouwen dat de samenleving er in stelt?

De Staat van de Ether is het inhoudelijke jaarverslag van Agentschap Telecom. Deze editie kijkt terug op het jaar 2016. Een jaar waarin er gelukkig geen grote incidenten op gebied van telecommunicatie waren. Het beschrijft high-light uit het werk van Agentschap Telecom. En hoe het agentschap dimensies als veiligheid en vertrouwen koppelt aan zijn verantwoordelijkheid voor de technische infrastructuur. In het verlengde van ons klassieke werkveld, in het centrum van het maatschappelijke debat.

Peter Spijkerman
Directeur-hoofdinspecteur Agentschap Telecom

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

AT in cijfers

Kantoor Agentschap Telecom Groningen

Kerncijfers organisatie

Kerncijfers financieel

Kerncijfers juridisch

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

De digitale samenleving

De maatschappij digitaliseert. Informatietechnologie is in hoge mate geïntegreerd in het leven. En de samenleving omarmt alle nieuwe mogelijkheden en kansen die deze digitale vervlechting biedt. De digitaliseringsgolf vernieuwt de zorg, innoveert het onderwijs en voegt een nieuwe dimensie toe aan ons sociale leven. Het maakt bedrijfsprocessen efficiënter, verandert de manier waarop we ons werk doen en ook de wijze waarop we onze vrije tijd invullen is anders dan voorheen.

De digitalisering dringt steeds sneller en dieper door in de samenleving. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Het raakt alle sectoren van de maatschappij en heeft ingrijpende gevolgen voor de manier waarop we werken, leren, wonen en consumeren.  Een nieuwe wereld openbaart zich. Een wereld waarin fysiek en digitaal in elkaar schuiven. Een wereld waarin internet mensen verbindt. Er ontstaat een fijnmazig netwerk, waar in duizelingwekkend tempo ook nog eens miljarden apparaten aan gekoppeld worden. Van armbanden die onze handel en wandel registreren, tot robots in de zorg. En van slimme televisies tot koelkasten die zelf online aanschaffen wat er in de koeling ontbreekt.  ‘Slimme’ apparaten zullen steeds meer taken van de mens over nemen. Het ‘internet of things’ ontluikt en wordt het komende decennium nog veel meer onderdeel van het leven dan het nu al is. De voortschrijdende techniek brengt nieuwe mogelijkheden die nu nog ondenkbaar lijken. Wat nu nog toekomstmuziek is zal snel realiteit zijn. Domeinen als landbouw, gezondheid, mobiliteit, energie  en duurzaamheid kunnen zo enorme stappen voorwaarts maken.  

Beschikbaarheid en continuïteit

Al sinds 1927 waarborgt Agentschap Telecom de beschikbaarheid van moderne en betrouwbare telecommunicatie in en voor Nederland. En met succes: Nederland beschikt over een kwalitatief hoogstaande technische infrastructuur; kabels, antennes en satellieten.

We willen dat die infrastructuur in Nederland overal en continu beschikbaar is.  Net zoals dat geldt voor elektriciteit, of water. Die gevoelens van de vanzelfsprekendheid van de infrastructuur en zekerheid over de beschikbaarheid zijn de weerslag van de kwaliteit van de Nederlandse telecommunicatie.  Die kwaliteit vormt de best denkbare basis voor de huidige digitalisering. De hoge standaard van de telecommunicatie-infrastructuur in Nederland, in combinatie met de stringente eisen die gesteld worden aan de continuïteit van deze netwerken hebben sterk bijgedragen aan de mate waarop ons land heeft kunnen digitaliseren. Het maakte dat fysiek en online in ons land makkelijk konden versmelten. Zaken waarvoor we eerder naar een winkel gingen, schaffen we nu digitaal aan. Diensten waarvoor vroeger persoonlijk contact nodig was, kunnen we nu ook via internet afnemen. Soms zelfs alleen nog via Internet. En transacties die we eerder alleen met een persoonlijke handtekening konden bekrachtigen, kunnen we nu ook digitaal formaliseren. Juist in die transformatie ligt een belangrijke nieuwe uitdaging. Het Instituut Rathenau spreekt in zijn rapport ‘Opwaarderen’ dat er in de hele digitaliseringsgolf nog geen sprake kan zijn van gerechtvaardigd vertrouwen in het gebruik van de digitale infrastructuur. Bijvoorbeeld op het gebied van identificatie en authenticatie. Waar decennia lang het plaatsen van een handtekening volstond of het laten zien van een geldig identiteitsbewijs, vraagt de huidige digitale samenleving, waarin fysieke verbondenheid lang niet altijd meer feit of noodzaak is, om alternatieve waarborgen. Bijvoorbeeld bij digitale contacten met bancaire instellingen, nutsbedrijven of overheden. Identificatie vindt in de regel plaats via Digid, of toegewezen inlogcodes en wachtwoorden. Soms zelfs via een Facebook- of een Google-account.  Hoe veilig is dat? In hoeverre is het vertrouwen dat we stellen in digitale contacten en transacties terecht? Hoe weet ik dat de persoon met wie ik online zaken doe, is wie hij zegt dat hij is? En kan ik er zomaar vanuit gaan dat het bericht dat ik heem stuur, ook bij hem aankomt? 

Veilig gebruik

Om bovenstaande vragen positief te kunnen beantwoorden zijn meer garanties nodig.  Het zijn de uitdagingen die de digitalisering met zich mee brengt.  Agentschap Telecom verbreedt daarom het werkveld en zet zich –naast de klassieke missie om waarborgen op gebied van de beschikbaarheid van moderne en betrouwbare telecommunicatie te bieden- ook in voor de veiligheid van het gebruik van die infrastructuur. Als nieuwe taak houdt Agentschap Telecom toezicht op aanbieders van vertrouwensdiensten. Vanuit die verantwoordelijkheid ziet het toe op de veiligheid en betrouwbaarheid van zogenaamde elektronische vertrouwensdiensten, zoals elektronische handtekeningen, elektronische zegels of de authenticatie van websites.  De aanstaande wet Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) bouwt daar verder op voort. Het agentschap anticipeert en reageert op de golven van de digitalisering. Op weg naar een digitale samenleving, waar Nederland gerechtvaardigd op kan vertrouwen. 

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Toezicht op vertrouwensdiensten

Huis Te Koop

Online het koopcontract van je droomhuis ondertekenen, vanuit huis aangetekend je digitale poststukken versturen of als bedrijf een digitaal waarmerk in een document plaatsen. Dit zijn drie voorbeelden van vertrouwensdiensten die vallen onder het toezicht van Agentschap Telecom. Vertrouwensdiensten zijn diensten die het vertrouwen in online transacties bij bedrijven en consumenten vergroten. Door gebruik te maken van een gekwalificeerde vertrouwensdienst kun je erop vertrouwen dat een transactie veilig en in alle Europese Lidstaten rechtsgeldig is.

Met elkaar kopen we steeds meer online en gaan we steeds vaker online een overeenkomst aan. Zo’n overeenkomst of contract kun je ondertekenen met een elektronische handtekening, de digitale variant van de handgeschreven handtekening. Een elektronische handtekening is gekoppeld aan persoonlijke elektronische gegevens, bijvoorbeeld aan een certificaat. Zo'n certificaat is een digitaal bestand dat geverifieerde persoonlijke gegevens bevat. Een gekwalificeerde handtekening is juridisch gelijk aan een gewone handtekening.

Toezicht op Vertrouwensdiensten

Het toezicht op deze diensten wordt geregeld in de Europese-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (eIDAS). Binnen deze verordening wordt een onderscheid gemaakt tussen gekwalificeerde en niet gekwalificeerde vertrouwensdiensten. Bedrijven die een gekwalificeerde vertrouwensdienst aanbieden, brengen een product op de markt die door alle Europese lidstaten als rechtsgeldig wordt erkend. Een koopcontract dat met een gekwalificeerde elektronische handtekening is ondertekend, biedt binnen de EU maximale rechtszekerheid.

Gekwalificeerd

Agentschap Telecom houdt vanaf (10 maart 2017) toezicht op alle (in Nederland gevestigde) bedrijven die vertrouwensdiensten aanbieden. We hebben er ongeveer dertig onder ETD en zeven onder eIDAS.  Het agentschap kan als toezichthouder het predicaat gekwalificeerd afgeven voor diensten die aan de gestelde organisatorische en technische voorwaarden in Europese wet -en regelgeving voldoen. Bedrijven die gekwalificeerde vertrouwensdiensten aanbieden staan op de Nederlandse vertrouwenslijst . Deze lijst is essentieel voor het opbouwen van vertrouwen tussen marktdeelnemers. Consumenten, bedrijven, maar ook technische applicaties (die bij transacties worden gebruikt) kunnen door  het raadplegen van deze lijst zien of een vertrouwensdienst daadwerkelijk is gekwalificeerd.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Digitale dreiging

Slimme thermostaat

Een wereld waarin steeds meer apparaten aangesloten worden op het internet, herbergt veel nieuwe mogelijkheden en kansen. Slimme apparatuur biedt veel gebruiksgemak. Ze kunnen het leven comfortabeler maken, duurzamer, gezonder of goedkoper.

Het Internet of Things vertakt zich snel; steeds meer apparatuur wordt voorzien van de mogelijkheid om verbonden te zijn met het internet, dit vaak met een radiomodule om die communicatie draadloosmogelijk te maken. Slimme thermostaten, beveiligingscamera’s, horloges, televisies, auto’s, grasmaaiers zijn slechts een paar voorbeelden uit een snel groeiend aanbod. Deze ontwikkeling biedt veel voordelen, maar is tegelijkertijd niet vrij van risico’s. Enerzijds wordt het steeds drukker in het spectrum; apparaten moeten elkaar niet in de weg gaan zitten. De RED-richtlijn voorziet al in regels die daarop toezien. Maar er zijn ook nieuwe uitdagingen, zoals de cybersafety of de bescherming van de privacy van de gebruiker. Door de veelheid aan IoT-apparatuur kan deze onder druk komen te staan.

Uit recente voorbeelden blijkt dat IoT-apparatuur niet afdoende beschermd is tegen aanvallen van bijvoorbeeld hackers. De software is niet zelden gedateerd doordat updates en patches niet tijdig worden uitgevoerd. In een recent voorbeeld, waarbij een hacker wist toe te treden tot openstaande beveiligingscamera's, kon dat al zeer onwenselijke consequenties hebben. Kwaadwillenden kunnen zo een ‘botnet’ creëren waarmee bijvoorbeeld een online dienst platgelegd kan worden. Van particulieren of kantoren bijvoorbeeld. Of van overheden of ziekenhuizen. Niet alleen via camera’s; alle apparaten die aangesloten zijn op internet zijn in potentie kwetsbaar. Dat heeft het recente verleden helaas al meermaals aangetoond. Datalekken waarbij vertrouwelijke informatie buitgemaakt worden vinden wereldwijd plaats. Voorbeelden te over van DDOS-aanvallen, het kraken van website-accounts of het stelen van debit- en creditcardnummers en persoonsgegevens. Dergelijke hacks zijn nog niet te voorkomen.

IoT-apparatuur bevat software. Deze ‘bestuurt’ het apparaat, vaak bedoeld voor jarenlang gebruik; thermostaten of koelkasten worden in de regel niet vaak vervangen. De software die dergelijke apparaten bevatten ook niet. In de huidige samenleving is dat niet langer oorbaar. Een belangrijke rol ligt bij de samenleving zelf. De Cyber Security Raad spreekt over ‘zorgplichten voor consument en bedrijf’, over een verantwoordelijkheid voor de eigen en andermans veiligheid. Dit bewustzijn moet nog groeien. Voorlichting en onderwijs kunnen daar aan bijdragen. Onder meer over de noodzaak standaard wachtwoorden zoals ‘admin’ of ‘0000’ direct na aanschaf te wijzigen en pincodes en inloggegevens met een zekere frequentie te wijzigen. Het Rathenau Instituut schrijft in “Een nooit gelopen race – over cyberdreigingen en versterking van weerbaarheid” dat het bevorderen van digitale vaardigheden zeker zal bijdragen aan het verhogen van de weerbaarheid van burgers, maar dat die niet overvraagd kunnen worden, omdat veel burgers nu al moeite hebben hun smartphone en computer adequaat te beveiligen.

Daarom dienen overheden, bedrijfsleven en industrie hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te pakken. Agentschap Telecom pleit voor aanvullende richtlijnen en standaarden op gebied van ‘security by design en maintenance’: de wijze waarop het apparaat beveiligd is en blijft tegen ‘ongewenst bezoek’. De nieuwe RED-richtlijn bevat instrumenten die – eenmaal geactiveerd – extra bevoegdheden geven om deze problemen aan te pakken. De richtlijn schrijft de eisen voor waar apparatuur aan moet voldoen om het Europese keurmerk CE te mogen dragen. Agentschap Telecom is hier toezichthouder op. De voorschriften gaan tot dusver over zaken als gebruiksveiligheid, voorkómen van interferentie en storingsgevoeligheid. De huidige tijd vraagt om meer. Het hoge digitale dreigingsniveau rechtvaardigt en vereist waarborgen op het gebied van de betrouwbaarheid van de beveiligingssoftware van IoT-apparatuur. Standaarden voor veilige software en geautomatiseerde en verplichte updates en patches kunnen hieraan bijdragen. Daarom heeft Agentschap Telecom voorstellen hiervoor bij de Europese Commissie ingediend. Als die in de regelgeving worden verwerkt, wordt Europa en dus Nederland digitaal een stuk veiliger.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Veilig graven

Urk, vrijdag 3 juni 2016. Door renovatiewerkzaamheden aan het riool ontstaat schade aan een gasleiding. Een gaslek is het gevolg. Een enorme explosie volgt. Meerdere huizen raken ernstig beschadigd. Er vallen zelfs enkele gewonden. 

De daling van het aantal graafschades in Nederland is in 2016 tot stilstand gekomen. Dat staat haaks op de doelstelling van het Kabel- en Leidingoverleg (KLO).  Dit is een samenwerkingsverband van grondroerders, netbeheerders en beheerders van de ondergrond. Gezamenlijk hebben zij de ambitie uitgesproken het aantal graafschades te reduceren tot maximaal 25.000 in 2018. De jaarcijfers vragen om maximale inzet van alle betrokkenen uit de graafketen. Het agentschap verwacht van opdrachtgevers dat ze een maatregelenplan opstellen op basis van een risico-inventarisatie en een analyse van de exacte ligging van de bestaande infrastructuur. Op basis daarvan kunnen ze hun personeel goede werkinstructies geven. Netbeheerders kunnen de opdrachtgevers en grondroerders actiever helpen bij het traceren van de exacte ligging van de ondergrondse infrastructuur. Ook reageren zij niet altijd adequaat op (aanvullende) informatieverzoeken voor de aanwezige kabels en leidingen. Grondroerder en opdrachtgever zijn van deze informatie afhankelijk om zorgvuldig te kunnen werken.  

Sleutel tot succes: Gemeenten

Agentschap Telecom stelt dat er voor de situatie onder de grond eenzelfde visie op de structuur moeten komen als voor boven de grond. Daarom heeft het agentschap in 2016 een onderzoek uitgevoerd naar de rol van gemeenten als het gaat om de ondergrondse infrastructuur. Want een geordende ondergrond helpt bij het voorkomen van graafschades. Gemeenten kunnen hierbij een sleutelrol spelen. Ze zijn eigenaar van de ondergrond en kunnen voor de gewenste ordening zorgen. Daarnaast fungeren gemeenten als opdrachtgever, netbeheerder en grondroerder. Zo spelen gemeenten een belangrijke rol binnen de graafketen.
 

Keetkaart

Graafteams beschikken niet altijd over voldoende kennis om hun graafwerk veilig uit te kunnen voeren. Daarom ontwikkelde Agentschap Telecom de Keetkaart. Deze poster biedt een overzicht van de gebiedsinformatie die op elke graaflocatie aanwezig moet zijn. De kaart is voorzien van augmented reality en kan opgehangen worden in de bouwkeet. Zo biedt de keetkaart ter plekke informatie en ondersteuning.

App veilig graven

Daarnaast ontwikkelde het agentschap een app. De 'Veilig graven app' bevat instructiefilmpjes en tips en tricks over veilig graven. De app is gratis en te downloaden in de  App Store (IOS), bij Google Play (Android), of via de QR-code op de Keetkaart.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Continuïteit van netwerken

Loket Meldplicht

In 2016 zijn er bij het Loket Meldplicht Telecomwet 57 meldingen ontvangen voor analyse. Dit is ongeveer 40% meer dan in de voorafgaande jaren. De stijging komt doordat  (kleine) aanbieders in 2016 meer incidenten met een relatief kleine impact met het agentschap gedeeld hebben. Zo zijn er 12 meldingen gemeld met een impact kleiner dan 1000 ‘klantstoringsuren’. Er zijn 17 meldingen met een impact groter dan 1 miljoen klantstoringsuren gemeld. Door de enorme verschillen tussen de meldingen is het aantal meldingen geen indicator voor de mate van de continuïteit. Aanbieders hoeven alleen incidenten te melden die een belangrijk effect hebben gehad op de continuïteit van het netwerk of de daarover geleverde diensten. Aanbieders hebben dan ook aanmerkelijke ruimte om het melden naar de eigen praktijk in te richten. Met een aantal (de grotere) aanbieders is afgesproken dat in ieder geval incidenten gemeld worden waarbij de bereikbaarheid van 1-1-2 in het geding is, de maatschappelijke en/of economische impact van de storing groot is of er sprake is van een langdurige storing.
Door het analyseren van zoveel mogelijk meldingen probeert het meldloket inzicht te krijgen in de oorzaken van verstoringen, dit inzicht te gebruiken om aanbieders maatregelen te laten nemen om nieuwe of vergelijkbare verstoringen te voorkomen. De stijging van het aantal meldingen is dan ook geen reden tot zorg. Integendeel, de stijgende lijn in het aantal meldingen voor analyse laat  zien dat de aanbieders de meldplicht serieus nemen omdat zij een groot belang hebben bij het waarborgen van de continuïteit.

Impact op de beschikbaarheid van 112

Bij 46 van de 112 gemelde continuïteitsonderbrekingen is aangegeven dat de onderbreking invloed had op de bereikbaarheid van 112. Van deze 46 meldingen betrof het 16 keer 112 via mobiel en 30 keer 112 via een vaste verbinding. Doordat 112 zowel bereikbaar is via vaste als mobiele verbindingen en aanbieders maatregelen hebben genomen (o.a. roaming) kan worden aangenomen dat de daadwerkelijke bereikbaarheid van 112 tijdens de gemelde continuiteitsonderbrekingen niet of nauwelijks in het geding is geweest. Temeer daar er geen meldingen zijn geweest waarbij alle mobiele netwerken tegelijkertijd continuiteitsproblemen hadden.

 

Onderzoek stroomstoring Diemen

De Inspectie Veiligheid en Justitie en Agentschap Telecom hebben een gezamenlijk onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de stroomstoring die op 27 maart 2015 in Diemen plaatsvond.

Het agentschap heeft gekeken naar de effecten van de stroomstoring op telecomnetwerken en -diensten. Het onderzoek laat zien dat het telecomnetwerk bij een langdurige regionale stroomstoring kwetsbaarheden vertoont. Bij stroomstoringen vanaf 30 minuten en zeker na twee uur moeten gebruikers rekening houden met het feit dat mobiele communicatie niet meer mogelijk is. Als telecomnetwerken uitvallen, heeft dit ook gevolgen voor de bereikbaarheid van het alarmnummer 112. Telecomaanbieders moeten zich ook in geval van een stroomstoring inspannen om een ononderbroken toegang tot het alarmnummer 112 te waarborgen. Maatschappelijk debat is gewenst om te bepalen of het nodig is om hiervoor een norm vast te stellen en welk risico acceptabel is.

Overheden, bedrijven en consumenten kunnen bij een langdurige stroomstoring geen gebruik maken van hun mobiele telefoon. Door het uitvallen van modems bij de eindgebruikers is het ook niet meer mogelijk om te internetten en te bellen via vaste lijn. Voor noodcommunicatie moeten zij afwegen hoe zij kunnen terugvallen op mogelijke alternatieven.

Het onderzoek geeft de betrokkenen inzicht in de effecten van de stroomstoring en lessen voor de toekomst. Aandacht voor de kwetsbaarheid van telecommunicatie vormt daarbij een essentieel element. Het agentschap vraagt hier aandacht voor. Het ministerie van Economische Zaken heeft n.a.v. de conclusies en aanbevelingen een rondgang gemaakt bij de onderzochte aanbieders en zal een beleidsreactie op het rapport naar de Tweede Kamer sturen. De stroomstoringen van 15 juli 2016 op de Veluwe en in Flevoland en van 17 januari 2017 in Amsterdam en omstreken onderstreept de actualiteit hiervan.

Convergentie

Agentschap Telecom ziet verschillende technologieën op het gebied van telecommunicatie en ICT naar elkaar toe groeien. Deze convergentie leidt naar verwachting tot één technologische standaard voor alle vormen van telecommunicatie (internet/IP). Analoge telecommunicatie zal op termijn verdwijnen. Zo kan tijdens een browse-sessie van een mobiele telefoon of een telefoongesprek over worden gegaan van 4G naar Wifi, zonder dat de gebruiker dit merkt. Uiteindelijk zal convergentie leiden tot een meer uniforme netwerkarchitectuur.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

(Mobiel) frequentiegebruik

Het gebruik van een portofoon tijdens voetbalwedstrijd

Draadloze communicatie is voor de maatschappij inmiddels niet meer ‘nice to have’ maar ‘need to have’. Zo staat het in de recent vastgestelde ‘Nota Frequentiebeleid 2016’.

Want naast het verzorgen van mobiele telefonie en draadloos snel internet worden mobiele netwerken nu vaker gebruikt voor zaken als het uitlezen van sensoren en het op afstand besturen van machines of voertuigen.  Agentschap Telecom beheert de frequentiebanden waarvan zulke diensten gebruik maken.  Het doet preventief onderzoek en bemiddelt bij eventuele onderlinge verstoringen.

Mobiele netwerken

In 2016 voldeden alle vergunninghouders aan de ingebruikname verplichting in de 2,6 GHz-band. Dit is één van de banden waarin de operators 4G aanbieden. De opvolger daarvan, 5G, is naar verwachting in 2020 beschikbaar en bruikbaar. In Nederland is Agentschap Telecom betrokken bij de ontwikkeling van deze nieuwe standaard.

Pilot LSA (Licensed shared access)

In 2016 is Agentschap Telecom een pilot gestart met gedeeld frequentiegebruik. Dit is een online boekingssysteem voor het gebruik van frequentieruimte voor mobiele videoverbindingen (ENG/OB). Dit gebruik, in de frequentieband 2300 – 2400 MHz, is erg dynamisch; vaak is het ad hoc, kortdurend en lokaal. Er is onvoldoende spectrum beschikbaar om voor dergelijk gebruik exclusieve frequentieruimte toe te wijzen. Dit betekent dat de frequentieruimte gedeeld moet worden. De pilot is gestart op 1 november 2016 en loopt een jaar. In 2016 waren er 15 deelnemers die in totaal 102 boekingen hebben ingevoerd.

Besloten communicatienetwerken

Besloten communicatienetwerken zijn bijvoorbeeld portofoonnetwerken bij bouwbedrijven of oproepsystemen in de zorg. Het aantal vergunningen voor zulke besloten communicatienetwerken blijft constant. Dat is opvallend, want lange tijd was de verwachting dat bedrijven hier steeds meer openbare mobiele communicatienetwerken voor zouden gebruiken.

Voor evenementen kunnen tijdelijke communicatienetwerken gebruikt worden. Het aantal aanvragen voor een tijdelijke vergunning neemt de afgelopen jaren toe:

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

AT denkt mee met 5G

Groningen vanuit de lucht

Mobiel internet met een snelheid die tientallen keren hoger ligt dan de huidige 4G-standaard. Dat is de belofte van het nieuwe 5G. In Groningen wordt er al druk mee geëxperimenteerd.  Aan het woord is Peter Rake, programmamanager van de Economic Board Groningen en verantwoordelijk voor de proef met 5G die onder de vlag van EBG wordt uitgevoerd.

“Noord-Groningen kent relatief weinig bebossing en bebouwing. Er is nagenoeg geen glooiing en er is veel ruimte. Dat maakt het gebied bij uitstek geschikt voor testen op gebied van 5G. 5G biedt meer bandbreedte en hogere snelheden dan de huidige 4G standaard. Geen sinecure met het oog op de huidige ontwikkelingen waarin we steeds meer apparaten verbinden met internet. 4G is daar niet op berekend. Dat was met name ontworpen voor spraak, data en een beetje machine-to-machine communicatie. Maar niet in die mate als nu nodig is. In een wereld waarin veel apparatuur ‘slim’ gemaakt wordt zal de capaciteit van 4G binnen afzienbare tijd niet meer voldoende blijken.

Op dit moment werken we aan de techniek van 5G. Er is onder meer nog discussie over de te gebruiken antennetechniek, frequenties en de latency. Ik verwacht dat de standaardisatie van 5G tijdens de World Radio Congress in 2019 afgerond zal worden en dat de uitrol dan formeel kan starten. Dan moeten we trouwens al goed nagedacht hebben over cybersafety. Want de waarborgen op dat vlak moeten meegroeien met de toenemende complexiteit en afhankelijkheid van de techniek. Dat vraagt om vernieuwende en andersoortige oplossingen waar we nu al mee aan de slag moeten. Met dezelfde creativiteit en energie die leidde tot al die geweldige nieuwe initiatieven op gebied van 5G. Want de meest fantastische innovaties vinden plaats!

Zo was ik vanmiddag bij een pilot van de ambulancedienst. Heel levensecht werd daarin een situatie gesimuleerd met een slachtoffer met brandwonden. Het ambulancepersoneel dat de patiënt verzorgde kon gebruik maken van een bril met camera. Deze filmde datgene wat de verpleger zag. Vanuit het brandwondencentrum kilometers verderop kon de arts live mee kijken en –luisteren en op basis daarvan direct diagnosticeren. Prachtig toch! Ook bijvoorbeeld voor de monteur die een complexe storing moet oplossen, en via een dergelijke verbinding hulp kan krijgen vanuit het hoofdkantoor. 

5G brengt ook grote veranderingen in het verkeer. Zelfrijdend verkeer is het bekende voorbeeld. In de provincie Gronining zijn we daar al mee aan het testen. Maar ook met bussen en verkeersmeubilair die data verzamelen op basis waarvan verkeersdoorstroming verbeterd kan worden. En auto’s met sensoren die, als ze achter elkaar rijden, allemaal tegelijkertijd een signaal ontvangen als de voorste auto remt waardoor ze ook tegelijkertijd afremmen. Die connectiviteit verzorgt 5G.

Ook de landbouw maakt enorme stappen. Een aansprekend voorbeeld vind ik altijd de ‘slimme aardappel’: sensoren in het aardappelveld registreren de gesteldheid van de bodem. De boer ontvangt deze gegevens via een 5G verbinding en kan op basis hiervan besluiten aanpassingen aan bemesting of bestrijding door te voeren. Ook de drone die de gewassen realtime kan monitoren biedt uitgekiende mogelijkheden voor precisie-landbouw.

Het duurt allemaal nog even. De consument zal nog even geduld moeten hebben. Het duurt zeker tot 2020 voor de uitrol –stapje voor stapje- start. Maar uiteindelijk brengt 5G Nederland zo veel verder. In dat licht vind ik het belangrijk te stellen dat ik hoop dat de veiling van de benodigde frequenties niet een te groot financieel offer voor de operators zal zijn. Nederland is geholpen bij betaalbare 5G voorzieningen. Hoe minder de operator hoeft te betalen voor zijn vergunning, hoe lager de kosten voor de eindgebruikers en hoe hoger de  bereidheid om ermee te innoveren. Tegelijkertijd vind ik dat er dan wel eisen gesteld mogen worden aan kwaliteit en dekking.

Ik waardeer onze samenwerking met Agentschap Telecom. Zo verschaft het agentschap ons de benodigde experimenteervergunningen. Maar misschien belangrijker nog: Agentschap Telecom steekt de nek uit en denkt zeer kundig en proactief mee met de mogelijkheden van 5G. En de vragen die daarbij nog beantwoord moeten worden. Over de mogelijkheden van gedeeld frequentiegebruik bijvoorbeeld. Of over oplossingen voor mogelijke verstoringen. Dat helpt ons om verder te innoveren.”  

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Omroep

Man bedient apparatuur voor live sportwedstrijd

DVB-T Veiling

De geplande DVB-T veiling in 2016 is komen te vervallen. In eerste instantie hadden twee partijen zich aangemeld. Enkele dagen voor de start van de veiling trok één daarvan zich terug. Daarmee verviel de noodzaak tot veilen. De vergunning is uiteindelijk toegekend aan de resterende deelnemer: Digitenne BV.

DAB+

In 2016 beschikt ongeveer zes procent van de Nederlandse huishoudens over een DAB+ radio in huis of auto.  DAB+ is daarmee nog geen volwaardig alternatief voor FM. Over het afschakelen van FM is  nog geen besluit genomen. Met het besluit tot de vijfjarige verlenging van de radiovergunningen in 2017 zal de digitalisering naar verwachting wel een stevige impuls krijgen.

Evaluatie FM-Gedragslijn

In 2016 heeft de evaluatie van de FM-Gedragslijn plaatsgevonden. De gedragslijn stelde FM-vergunninghouders in staat om voorstellen in te dienen om hun ontvangst en bereik te verbeteren. Vanzelfsprekend binnen de wettelijke kaders en alleen met draagvlak binnen de sector. Deze pilot begon in 2013 en liep tot 2015. De kaders van de FM-Gedragslijn bleken te voldoen aan de wensen van de markt. Op een aantal punten kan de gedragslijn nog aangescherpt worden.    

Het agentschap staat positief tegenover het opnieuw openstellen van de FM-Gedragslijn en is  hierover in gesprek met marktpartijen

Illegaal FM

De kleine maar stabiele kern die zich in Nederland schuldig maakt aan illegaal FM gebruik neemt steeds verdergaande maatregelen om ontmanteling van hun illegale zendapparatuur te vertragen of te voorkomen. Ze plaatsen apparatuur in gebarricadeerde zeecontainers, plaatsen asbestplaten rondom zendapparatuur of hangen brandstofvaten in antenneconstructies. Ook worden sites van mobiele netwerkoperators vernield en tapt men stroom af. Ook wordt zendapparatuur in hoogspanningsmasten geplaatst. Met alle gevaren van dien.   Milieuschade, vernieling, diefstal en bedreiging zijn helaas geen uitzondering. Dat kost de samenleving veel geld. Dergelijk crimineel gedrag kan plaatselijk zelfs leiden tot uitval van mobiele netwerken, het C2000-netwerk en tot een verminderde bereikbaarheid van 112.
Ontmanteling van onbemande zenders vraagt om een multidisciplinaire aanpak, waar politie, gemeente, Agentschap Telecom en netwerkoperators/sitebeheerders in samenwerken.

Evenementenvergunningen

De trend zet zich voort: ook in 2016 steeg het aantal evenementenvergunningen. Het blijkt een aantrekkelijk legaal alternatief voor illegale uitzendingen in de FM-omroepband.  Het  agentschap constateert tegelijkertijd dat de naleving van de voorwaarden die aan deze vergunningen zijn verbonden sterk voor verbetering vatbaar is.

De sterke groei van het aantal evenementvergunningen leidt er toe dat het steeds moeilijker wordt om aan alle aanvragen te voldoen. Een aanvrager van een frequentie voor een evenement moet zich houden aan zijn vergunning. . Helaas blijkt dit niet altijd het geval te zijn. Een te hoog vermogen of een hogere antenne dan toegestaan, kan storing veroorzaken op andere toepassingen.

Zenderinspecties

In onderstaande tabel zijn de uitkomsten opgenomen van de zenderinspecties die Toezicht in 2016 heeft uitgevoerd, inclusief de eerder vermelde evenementenzenders. Het gaat hier om inspecties waarbij de te controleren zender op alle relevante technische parameters is gecontroleerd. Bij meer dan 75% van de gecontroleerde zenders zijn een of meer overtredingen vastgesteld.

Controle spectrummaskers

Naast 149 reguliere zenderinspecties heeft Agentschap Telecom in 2016 398 FM-omroepzenders specifiek gecontroleerd op naleving van het spectrummasker. Naleving is van belang om te voorkomen dat een zender storing veroorzaakt op dezelfde of naastgelegen frequenties. De metingen zijn over de volle breedte van de FM-omroepsector uitgevoerd. Er zijn landelijke, regionale en lokale omroepen gemeten, publiek zowel als commercieel.
De uitkomsten van de metingen op het deelaspect zijn als volgt:

AM Low power beleid

Vanaf mei 2016 is het mogelijk om een vergunning voor AM zenders met klein vermogen (1 of 100 Watt) aan te vragen. Hier is veel vraag naar. Inmiddels heeft dit geleid tot meer dan 100 aanvragen, waarvan er zo’n 60 verleend zijn. In 32 gevallen gaat het om AM-zenders van 1 Watt. 

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Markt en apparatuur

Digitale radio's

Nieuwe richtlijn voor radio-apparaten

Op 13 juni 2016 trad de nieuwe richtlijn voor radio-apparaten in werking: de RED (Radio Equipment Directive). Die is vanaf 13 juni 2017 verplicht. Tot die tijd geldt een overgangsperiode waarin ook de oude R&TTE Richtlijn nog toegepast mag worden.

De nieuwe richtlijn beschrijft aan welke eisen radioapparaten moeten voldoen. Radioapparaten maken gebruik van het radiospectrum.  Dat worden er, zeker in het licht van het Internet of Things, steeds meer. De richtlijn zorgt er voor dat de radioapparaten veilig zijn, geen schadelijke elektromagnetische velden veroorzaken en het radiospectrum efficiënt gebruiken zonder storing te veroorzaken. Ook voorziet de richtlijn in de veiligheid van mobieltjes en een universele oplader. Apparatuur die aan alle eisen voldoet mag de Europese CE-markering dragen. Via voorlichting heet het agentschap de handelsketen in staat gesteld zich voor te bereiden op de nieuwe eisen.

Man-made noise en conformiteit

Steeds meer apparatuur op een klein oppervlak vergroot ook de potentie dat apparatuur elkaar beïnvloedt. Elk elektrisch apparaat heeft namelijk invloed op zijn omgeving. Alle overbodige signalen uit een elektrisch apparaat kunnen ruis veroorzaken. Veel ruis kan delen van het  frequentiespectrum onbruikbaar maken. Om (vooral radio-) apparaten dan toch te laten functioneren kunnen fabrikanten zich wenden tot slimmere technieken, of tot hogere vermogens. Die laatste ‘oplossing’ zorgt voor een wedloop en maakt het probleem uiteindelijk niet kleiner, maar groter.

Apparaten die een grote invloed kunnen hebben op het ruisniveau zijn bijvoorbeeld omvormers (zoals van gelijk- naar wisselspanning), schakelende apparaten of ledlampen. Agentschap Telecom houdt de komende jaren verscherpt toezicht op apparaten die de potentie hebben het ruisniveau te verhogen. Agentschap Telecom richt zich daarbij in eerste instantie op de apparatuur in de leefomgeving van de consument.  

Zonne-omvormers

Zonne-omvormers zetten de energie die zonnepanelen opnemen om in wisselspanning en geven dit af aan het stroomnetwerk.  In Nederland is in totaal meer dan 1000 vierkante kilometer aan zonnepanelen. Zij wekken per jaar 200 Gigawatt aan energie op. Naar verwachting groeit de markt van zonnepanelen tot 2019 met 80%. Het aantal zonne-omvormers groeit navenant.

Agentschap Telecom testte in 2016 acht omvormers. Drie ervan bleken niet te voldoen aan administratieve eisen, zoals een juiste ‘verklaring van overeenstemming’. Twee voldeden niet aan de technische eisen en overschreden de limieten. Eén van de omvormers is ondertussen niet meer op de markt. De andere omvormer werd na de interventie van Agentschap Telecom zo aangepast dat deze inmiddels wel voldoet aan de eisen.  

Storingsmeldingen en apparatuur

Elk jaar ontvangt Agentschap Telecom storingsmeldingen. Sommige van die meldingen zijn slechts hinderlijk, bijvoorbeeld omdat ze huishoudelijke apparatuur verstoren. Soms ook zijn ze zeer ernstig. Dat is het geval als hulpdiensten niet meer kunnen communiceren. Het grootste deel van de meldingen in 2016 was van particuliere aard.

Ledlampen

Ook in 2016 hield Agentschap Telecom toezicht op ledverlichting. Samen met andere Europese lidstaten en samen met de NVWA lag de focus op led floodlights. Dat zijn schijnwerpers die gebruik maken van led technologie. Vijf verschillende floodlights werden door Nederland onderzocht. Van die vijf voldeden er twee niet aan de technische eisen. Dat kan uiteindelijk storing veroorzaken. De lampen zijn teruggenomen uit de handel.

Internationale samenwerking en incidentgestuurd toezicht

De Europese lidstaten werken samen om te zorgen dat er een vrije handel is in moderne en deugdelijke apparatuur. Als er non-conforme apparatuur op de markt verschijnt attenderen de Europese toezichthouders elkaar daarop via het ICSMS-systeem. In 2016 zijn er 1245 ondeugdelijke producten geregistreerd in dit systeem. In spoedeisende gevallen, als een product onveilig is kan een zogenoemde RAPEX-melding gedaan worden. In 2016 werd een dergelijke melding gedaan naar aanleiding van een telefoon waarvan de accu oververhit kon raken. In nauwe samenwerking met de NVWA kon het apparaat uit de handel genomen worden.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Scheepvaart

Binnenvaartschip

In 2016 zijn er op het gebied van Toezicht diverse themaonderzoeken uitgevoerd. Waarbij de nadruk lag op de identificatie en registratie van de gebruiker van maritieme radiozendapparatuur. Zowel het aantal overtredingen als afwijkingen is toegenomen. Dat blijkt uit het jaaroverzicht.

Gezamenlijke AIS-controles met andere overheidsdiensten

Het merendeel van de rapporten van bevindingen wordt opgemaakt wegens het niet of onjuist voeren van radioroepnaam (Atis). In 2016 zijn in totaal 153 rapporten van bevindingen opgemaakt voor vaartuigen zonder registratie, zonder of met een onjuiste radioroepnaam, of met een onjuist geprogrammeerde AIS-transponder aan boord. Daarnaast zijn er 231 informatieve waarschuwingsbrieven verstuurd voor onjuist geprogrammeerde AIS-transponders. Het agentschap trekt samen op met Rijkswaterstaat, de waterpolitie en de havenbedrijven bij de controle van AIS.

Vissersvaartuigen en passagier-charterschepen ‘bruine vloot’.

In 2016 is het onderzoek naar  het gebruik van frequentieruimte door vissersvaartuigen en passagier-charterschepen afgerond. In 2016 werd geconstateerd dat een ongeldige registratie meestal het gevolg is van de overname van een bestaand schip door een nieuwe eigenaar en dat de verplichte AIS installatie bij 70% van de schepen niet geregistreerd staat. Daarbij zijn op veel passagier-charterschepen de antenne opstellingen niet optimaal gekozen en aangelegd. Dat heeft gevolgen voor het bereik van de zend- en ontvangstinstallatie.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Luchtvaart

Een vliegtuig landt op Schiphol. Op de voorgrond een mast van de luchtverkeersleiding.

Luchtvaart

In 2016 zijn er op het gebied van Toezicht geen onderzoeken geweest op gebied van grote, kleine of recreatieve luchtvaart. Constatering via monitoring is dat in de recreatieve luchtvaart, met name paragliding/parapente, soms gebruik wordt gemaakt van niet toegelaten portofonen voor communicatie onderling en met de grond. Daarbij worden vaak frequenties gebruikt die aan andere radio-diensten zijn toegewezen, waardoor deze diensten verstoord kunnen worden.

Storingsmeldingen 2016: 9

Twee klachten hadden betrekking op het spontaan afgaan van noodbakens die werken op de luchtvaart noodfrequentie 121.5 MHz, vijf klachten hadden betrekking op verstoring van luchtvaartfrequenties als gevolg van illegale uitzendingen in de FM-omroepband. Eén klacht betrof de melding van een ‘bromstoring’.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Behoefte aan frequentieruimte groeit

Antenne platform op Schiphol

Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) is grootgebruiker van frequenties. Zonder frequenties geen communicatie, navigatie en surveillance. Frequenties zijn essentieel voor veilig vliegverkeer. Jacco Bosch is senior expert Navigation and Spectrum en vertelt over de ontwikkelingen in en rond het Nederlandse luchtruim en de rol die Agentschap Telecom daarbij speelt.

“LVNL begeleidt civiele vluchten in Nederland. En dat zijn er nogal wat. Alleen al van en naar Schiphol zijn dat zo’n 480.000 vluchtbewegingen per jaar in 2017. Daarnaast geven we ook luchtverkeersleiding op de luchthavens in Rotterdam, Groningen en Maastricht. Schiphol is  naast een luchthaven voor bestemmingsverkeer, ook een belangrijke ‘hub’ in Europa: een knooppunt waar wordt overgestapt. Mainport Schiphol mag tot en met 2020 groeien naar 500.000 vliegbewegingen.  Maar er is meer vraag en om die reden kunnen vliegtuigen vanaf 2019 ook starten en landen op Lelystad Airport. Al dat extra vliegverkeer zal ingepast moeten worden in de Nederlandse luchtruimstructuur. De vliegdichtheid neemt toe: het aantal vluchten groeit en vliegroutes komen dichter bij elkaar te liggen.

Vliegtuigen moeten kunnen vertrouwen op ongestoord frequentiegebruik. Voor hun onderlinge communicatie bijvoorbeeld en het contact met ons, de luchtverkeersleiding. Ook voor hun navigatie is dat onmisbaar. Dat is een uitdaging. Frequentieruimte is schaars en door de drukte in het spectrum neemt de kans op congestie en verstoringen toe. Dat merken we nu al. Neem onze radarinstallatie in het Amsterdamse bos; absoluut noodzakelijk voor de begeleiding van het vliegverkeer. Die maakt gebruik van frequentieruimte in de 2,7 GHz band. De naastliggende frequentieband wordt ook gebruikt voor 4G. Daardoor kan het beeld van onze radar verstoord raken. Door goede werkafspraken te maken met de telecomoperators wordt storing vermeden. 

Ook in andere opzichten is ongestoord frequentiegebruik voor de luchtvaart van levensbelang. Steeds meer zal er gebruik worden gemaakt van satellietnavigatie. Onderweg gebeurt dat al,  maar in de toekomst zal GPS ook leidend zijn bij het starten en landen. Galileo is de Europese variant die hiervoor ook gebruikt gaat worden. Heel nauwkeurig en door de optie van versleuteling ook heel veilig. Maar wel afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende frequenties! Binnenkort gaan we een proef doen op baan 22 op Schiphol, voor velen beter bekend als de Fokkerbaan of de Oostbaan. Met de A9 er vlak naast is dat vanuit het frequentiegebruik gezien een storingsgevoelige baan. Op snelwegen worden namelijk niet zelden ‘jammers’ aangetroffen die GPS-signalen verstoren. Toestellen hebben daar mogelijk last van. Dat risico en de impact daarvan gaan we nu samen met Agentschap Telecom in kaart brengen zodat we dit kunnen oplossen. 

Agentschap Telecom is een deskundige partner bij ons frequentiemanagement. Ook toen de luchtvaart als efficiencymaatregel voor de communicatie overstapte van het 25 KHz raster naar het 8,33 KHz raster. Die overstap schiep ruimte in het spectrum en maakte drie keer zoveel radioverkeer mogelijk als voorheen. LVNL en de militaire luchtvaart hebben die operatie inmiddels af kunnen ronden. Het zal niet het laatste zijn. Want met het vollopen van het spectrum neemt de kans op verstoringen door ‘naburige’ gebruikers toe. De FM-omroep zit heel dicht bij onze VHF-communicatieband, net zoals PMSE-gebruik (frequentiegebruik voor onder meer draadloze microfoons) onze safety-banden raakt. Dergelijke ontwikkelingen verdienen aandacht. Mijn boodschap aan het agentschap is dan ook goed op de ‘reinheid’ van het spectrum te blijven passen!

Agentschap Telecom is in Nederland ook verantwoordelijk voor de verdeling van het luchtvaart-frequentiespectrum. Het verzorgt namens ons land de coördinatie en harmonisatie van het spectrumgebruik en doet dat in Europees en mondiaal verband. Want frequenties kennen natuurlijk geen landsgrenzen. En bij het passeren van de grens met Duitsland moet een vliegtuig natuurlijk ook nog kunnen communiceren en navigeren.

Elke drie jaar dienen wij bij Agentschap Telecom via het ministerie van Infrastructuur en Milieu een ‘behoefte-onderbouwingsplan’ in. Daarin staat precies beschreven wat wij verwachten nodig te hebben aan frequentieruimte en welke ontwikkelingen wij verwachten. En die behoefte groeit snel. Zeker ook met de opening van Lelystad Airport in 2019. “

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Ruimtevaart

Tropomi satelliet

Satellieten

Satellieten zijn onmisbaar voor de telecommunicatie van nu. Sommige satellieten zijn met name geschikt voor intercontinentale communicatie omdat ze een groot deel van het aardoppervlak kunnen bestrijken. Dat biedt grote mogelijkheden voor de gebruiker, zoals de overheid, de maritieme sector en de luchtvaart. Feit is dat het belang van satellietcommunicatie verder groeit, zeker nu ook de privatisering in deze sector sterk doorzet. De vraag naar internationale rechten op baanposities en frequentiebanden (‘ITU filings’) neemt daardoor toe. Internationale filing rechten bij de ITU (Internationale Telecommunicatie Unie) kunnen via Agentschap Telecom verworven worden.  

Wie gebruik wil maken van de ruimte, heeft op basis van de Wet Ruimtevaartactiviteiten (Wra) een vergunning nodig. Vergunninghouders mogen vanuit Nederland  satellieten aansturen.

Ruimteschroot in een baan om de aarde

Ruimteschroot

Defecte satellieten, stukjes afgebladderde verf: in de lage aardbaan van de ruimte zo’n  500.000 stukken ruimteschroot. Dat is gevaarlijk. De hoge snelheden kunnen van het kleinste stukje afval al een gevaarlijk projectiel maken. Het puin moet daarom opgeruimd worden.

Agentschap Telecom wil dat kleine satellieten niet onnodig lang in de ruimte blijven. De lanceerhoogte moet daarom in lijn te zijn met de duur van de missie. Dat lijkt logisch. Maar door de huidige schaarste aan lanceringen worden ze vaak hoger in de lage aardbaan geplaatst. Daardoor blijven ze jaren na de operationele duur nog als ruimtepuin voortbestaan. Uiteindelijk verbranden ze in de dampkring.   

Met het verlenen van drie vergunningen in het kader van de Wra op 31 maart 2016, was Nederland de eerste lidstaat die de richtlijnen voor het verminderen van ruimteschroot strenger hanteerde.  De ruimteschrootrichtlijn van de IADC* schrijft voor dat een satelliet 25 jaar na de operationele duur in de lage aardbaan volledig in de atmosfeer verbrand moet zijn.  Om een beter duurzaam gebruik van de ruimte te borgen hanteerde Nederland de eis dat dit 25 jaar na de lancering al het geval moet zijn.

Lancering van de Falcon 9 raket

Galileo Public Regulated Service (Galileo PRS)

Galileo is een satellietnavigatiesysteem dat gebouwd wordt door de Europese Unie in samenwerking met de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA.  Galileo wordt het eerste civiele satellietnavigatiesysteem. In 2020 moet het systeem volledig operationeel zijn. Vanaf november 2016 wordt al proefgedraaid.

Galileo is uitgerust met Public Regulated Services (PRS). Dit  moet er voor zorgen dat  ‘spoofing’  niet meer mogelijk is. De gebruiker ziet wanneer een signaal niet (meer) betrouwbaar is.

Het PRS-gebruik is  bedoeld voor instanties die vitale functies vervullen in de samenleving. Denk hierbij aan overheidsinstanties, maar ook het bankwezen en bedrijven die nutsvoorzieningen leveren zijn potentiele gebruikers.   

Het ministerie van Infrastructuur en Milieuis is verantwoordelijk voor het gebruik van PRS in Nederland. Deze ‘Compentent PRS Authority’ heeft het agentschap gevraagd mee te werken aan de verdere ontwikkeling van de invoering van Galileo PRS in Nederland.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Meten en Wegen

Klanten bij een groentenkraam. De marktkoopman weegt de groente af.

Wie bij de slager honderd gram vleeswaren koopt, gaat er vanuit dat hij ook daadwerkelijk honderd gram krijgt. En bij een tankstation moet veertig liter benzine ook echt veertig liter zijn. Net zoals je er op moet kunnen vertrouwen dat een sieraad bij juwelier ook feitelijk uit achttienkaraat goud bestaat als dat erop staat. De consument moet krijgen waar hij voor betaalt. En de afdeling Metrologie & Waarborg van Agentschap Telecom houdt daar toezicht op.       

Metrologie

Agentschap Telecom heeft in 2016 in totaal 11.260 meetinstrumenten geïnspecteerd. Uit die controles bleek dat 99% van de meetinstrumenten in de consumentensector correct werkt. De meetinstrumenten die in de industrie worden toegepast vertonen iets vaker afwijkingen en werkt 95% correct. Voor weegbruggen ligt dat nog een fractie lager: 93%. Slechts 25 maal moest een sanctie (dwangsom) opgelegd worden. Processen verbaal hoefden niet opgemaakt te worden.

Cloudapplicaties

Agentschap Telecom signaleert dat meetinstrumenten in toenemende mate verknoopt zijn met het internet. Cloud-applicaties nemen in aantal toe. Dat maakt dat de locatie waar de meting plaatsvindt vaak verschilt van de plek waar de waardes worden verwerkt. Apparaten kunnen op afstand van updates en patches worden voorzien en maken het ook mogelijk dat de consument het meetresultaat in zijn woning gepresenteerd krijgt.

Slimme meters

Dat is ook het geval bij ‘slimme meters’. De vervanging van de klassieke gas- en elektriciteitsmeter door de slimme meter is nu ongeveer op de helft. De vervanging van de warmtemeter is enigszins achtergebleven. De concurrentie met betrekking tot de bewaking van het juist meten van warmtemeters is toegenomen door de komst van een tweede meterpool. Per 1 januari 2016 is het metrologisch bewakingssysteem voor kleinverbruik gas en elektriciteitsmeters van de Vereniging van meetbedrijven in Nederland (VMNed) overgegaan naar Netbeheer Nederland.

Edelmetalen

In 2016 waren 687 controles (periodieke en hercontroles)

  • Aantal periodieke controles met uitkomst in orde; 473 (86%)
  • Aantal proces-verbalen; 0
  • Aantal handhavingsverzoeken; 0

Marktontwikkelingen

Het aantal juweliers is de afgelopen jaren gedaald. In de periode 2014 tot en met 2016 nam hun aantal af met 8%. Op 1 januari 2017 stonden er 1517 juweliers geregistreerd. (bron:  http://Detailhandel.info). Oorzaken: economische ontwikkelingen, onveilige omstandigheden en problemen met de opvolging. Ook het aantal groothandelaren neemt af. Het aantal online juweliers nam in 2016 met 17 toe tot 285. Wel blijkt het verloop in deze sector groot; zo zijn er 101 nieuwe adressen gevonden en 84 opgeheven of verdwenen.

Het aantal ondernemers dat zelf rechtstreeks (edel)metalen sierraden uit andere landen haalt groeit. Vaak zijn dit landen die zelf geen waarborgsysteem kennen, zoals België, Italië, Iran, Irak, Turkije, China, Duitsland, etc.  Hoe meer toegangswegen tot de markt, hoe groter de kans dat er ongekeurde voorwerpen op de markt worden aangeboden. Daardoor blijft het noodzakelijk dat het agentschap periodiek de verkooppunten controleert.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Telekwetsbaarheid

Bedrijfsprocessen en maatschappelijke processen zijn steeds meer verweven geraakt met telecommunicatie. De afhankelijkheid is enorm en neemt alleen maar verder toe. Die afhankelijkheidsrelatie is meestal niet zichtbaar, maar is er wel degelijk. Zo kan het openbaar vervoer zomaar stil komen te vallen als het mobiele netwerk uitvalt. Of functioneren riolen niet meer omdat ze op afstand beheerd en bediend worden. Ook de hulpdiensten kunnen niet zonder betrouwbare telecommunicatiesystemen.   

De Nederlands infrastructuur voor telecommunicatie is gelukkig betrouwbaar. De kans is klein, maar toch blijven uitval en verstoringen ook in ons land mogelijk. Het is goed als bedrijven, instellingen en burgers zich daar bewust van zijn. Dat betekent: beseffen welke telecommunicatiediensten zij gebruiken, weten waar risico’s op uitval liggen en wat daar tegen gedaan kan worden. Daar richt het programma Telekwetsbaarheid van Agentschap Telecom zich op. De focus van het programma ligt in eerste instantie op de procesindustrie, het openbaar bestuur, de zorg en de transport en logistiek. In deze sectoren vinden pilotprojecten plaats die moeten leiden tot het vergroten van de weerbaarheid.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Telekwetsbaarheid in het aardbevingsgebied

De haven en industrie in de eemsmond

Foto Copyright Gemeente Eemsmond

In het noorden van Nederland vinden aardbevingen plaats. Eén van de gemeenten die in dat gebied ligt is de gemeente Eemsmond. Daar startte de gemeente samen met Agentschap Telecom een onderzoek om in kaart te brengen wat de gevolgen van een aardtrilling op telecommunicatie zijn. Is het mogelijk dat de telecommunicatie-infrastructuur dan uitvalt? En welke consequenties heeft dat? Het project startte op 12 december 2016 en duurt naar verwachting tot de zomer van 2017. Marie van Zanten is projectmedewerker Informatisering en Automatisering bij de gemeente Eemsmond en werkte vanuit die hoedanigheid samen met Agentschap Telecom.

“In onze regio werkt het Platform Aardbevingsbestendige Infrastructuur -waar waterschappen, gemeenten en provincies in participeren- aan een civiele infrastructuur die bestand is tegen aardbevingen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om leidingen en kabels, maar ook om bruggen, wegen en gebouwen. Telecommunicatie is noodzakelijk voor het besturen en beheren van die civiele infrastructuur. Het onderzoek waar Agentschap Telecom en wij aan werken moet aan het licht brengen in hoeverre de telecommunicatie bestand is tegen trillingen en wat de consequenties van uitval voor de gemeente, de gemeentelijke organisatie en onderdelen van de civiele infrastructuur. Dat is niet altijd duidelijk. Maar wel heel risicovol. Want zeker in deze contreien is het goed om in beeld te hebben wat je allemaal gebruikt op gebied van telecommunicatie. Pas dan weet je namelijk ook waar je van afhankelijk bent. We kunnen ons niet verschuilen achter de stelling dat er niets zal gebeuren. Dat kan altijd. En dat risico is in onze regio helaas niet uit te sluiten; echt niet alleen als gevolg van een aardtrilling. Net als overal zijn er veel meer mogelijke oorzaken denkbaar: storm, overstroming, terrorisme….

Samen met Agentschap Telecom hebben we in kaart gebracht wat we eigenlijk allemaal gebruiken aan telecommunicatie. Dat leverde verrassende inzichten op. De ondersteuning die Agentschap Telecom ons aandroeg heeft daadwerkelijk iets aan onze kennis toegevoegd. Het agentschap heeft ons geholpen de complexe situatie van telecommunicatie-processen te vertalen in concrete risico-inventarisaties en inzicht in de impact van mogelijke uitval. Een soort ‘foto’ dus, van alles wat kapot kan gaan, hoe groot de kans daarop is en wat de gevolgen zouden zijn. Daar gaan we de komende periode mee aan de slag.

Je staat er niet altijd bij stil, maar telecommunicatie is voorwaardelijk voor heel veel dingen. Van het maken van reisdocumenten tot aan het functioneren van de riolering. En van de gehele kantoorautomatisering en telemetrie-toepassingen, tot aan het monitoren van pompen en gemalen. En niet in de laatste plaats: onze hele telefonie natuurlijk. Het is niet erg om te moeten constateren dat er zwakke punten zijn. Want als je dat weet, is vaak ook een oplossing nabij."

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2016

Radiozendamateurs

Antenne installatie op het dak van een woning van een radiozendamateur

In Nederland zijn momenteel zo’n 13000 radiozendamateurs.  Het aantal vergunningen en registraties in deze sector is stabiel. Naar verwachting blijft dit ook de komende jaren zo.  Hun spectrumgebruik lijkt zich te verplaatsen naar hogere frequentieruimte. Dit is een landelijke trend.  Tegelijkertijd is er sprake  van een overgang van analoge naar digitale technieken.

Vanaf 2017 geldt een nieuwe gedragslijn voor radiozendamateurs. Deze biedt meer ruimte voor experimenten.