Staat van de Ether 2015

Staat van de Ether 2015

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.agentschaptelecom.nl/staatvandeether/2015/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Voorwoord en inleiding

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Welkom

In deze eerste digitale versie van de Staat van de Ether, het inhoudelijke jaarverslag van Agentschap Telecom, draait het om twee zaken. 

In het eerste deel gaat het over de toegenomen behoefte aan snelheid en capaciteit en de consequenties daarvan voor de telecommunicatie-infrastructuur en –keten. Want in een wereld waarin telecommunicatie onmisbaar is geworden, waarin online de norm is en waarin internet steeds meer de spil is waar onze samenleving om draait, is die relatie evident. We noemen een aantal ontwikkelingen die hebben geleid tot de sterk toegenomen vraag naar snelheid en capaciteit. We beschrijven hoe operators omgaan met die tendens. En welke maatregelen zij nemen om aan te haken bij de groeiende vraag en te anticiperen op de toekomst. Want er is nu al sprake van schaarste in het spectrum.  Hoe verhoudt de toenemende vraag zich tot dat gegeven?  De maatschappij kan het zich bijvoorbeeld niet meer permitteren dat vergunde banden onvolledig gebruikt worden.

Met het toenemende belang van telecommunicatie, groeit ook de omvang en gelaagdheid van de telecommunicatieketen. Meer gebruikers, andere wensen en moderne technologieën brachten nieuwe producten, diensten en aanbieders. Het leidde ook tot de komst van een nieuwe partij in de keten. Het aanleggen of onderhouden van telecommunicatievoorzieningen blijkt vaak te complex en tijdrovend voor bedrijven.

Daarom besteden - met name - veel grote bedrijven deze taken uit aan derden. Van het programmeren van marifoons tot frequentieplanning voor omroepen en het aanleggen van LTE-netwerken. Dit uitbesteden ‘ontzorgt’ de vergunninghouder en biedt specialistische expertise waarover deze zelf vaak niet beschikt. Tegelijkertijd ligt er een risico in besloten. Want wat gebeurt er als er problemen ontstaan? Als er door fouten in aanleg of programmering verstoringen optreden op andere toepassingen… De vergunninghouder kan in zulke gevallen wellicht willen verwijzen naar de contractueel vastgelegde partij. En deze zal op zijn beurt misschien weer wijzen op het feit dat hij zijn opdracht feitelijk correct uitvoert, maar geen zicht had op de implicaties van zijn werk op ander frequentiegebruik.

In dit grijze gebied pakt Agentschap Telecom zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid: de vergunninghouder is hoe dan ook verantwoordelijk voor zijn frequentiegebruik en de naleving van de voorwaarden daarbij. En mochten daar misverstanden over bestaan, dan zullen we hem daarop aanspreken. Dat en meer staat centraal in het tweede deel van deze staat van de Ether.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

AT in beeld

Kantoor Agentschap Telecom Groningen

Agentschap Telecom in beeld 2015

Frequentieplanning bij evenementen, toezicht op zorgvuldig graven en het voorkomen en oplossen van verstoringen in het frequentiespectrum... Het werkveld van Agentschap Telecom is zeer divers. De corporate film geeft hiervan een goed beeld.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

AT in cijfers

Kerncijfers organisatie

Kerncijfers financieel

Kerncijfers juridisch

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Loket meldplicht Telecomwet

Loket meldplicht Telecomwet

Mocht er - ondanks alle voorzorgsmaatregelen - toch een grote verstoring optreden, dan zijn operators verplicht dit te melden. Agentschap Telecom heeft hiervoor het loket Meldplicht Telecomwet ingericht.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Toenemende vraag naar snelheid en capaciteit

Vrouw belt met mobiel in vertrekhal Schiphol

De drukte op de digitale snelwegen neemt toe. Het aantal ongelukken is gelukkig nog beperkt en stabiel. Maar vertraging dreigt. Digitale snelwegen slibben dicht en filevorming ligt op de loer.

Dat kan leiden tot economische schade en klein en groot ongemak. De maatschappij eist goede digitale snelwegen. Die altijd en overal bereikbaar zijn. Die leiden naar alle uithoeken van de wereld.

Gelukkig investeren marktpartijen in nieuwe wegen: grote moderne rijkswegen zoals 4G, maar ook regionale verbindingen in en naar het landelijk gebied en kleinere binnenwegen in stadscentra of gebouwen. Dat is belangrijk en noodzakelijk, daar waar een goede verbinding moet zijn. Maar om aan de eisen van de tijd te blijven voldoen is meer nodig dan het door ontwikkelen van het wegennet. 

Om een vlotte verkeersdoorstroming te waarborgen richt het agentschap zich ook op de weggebruiker zelf. Bijvoorbeeld door afspraken te maken over gedeeld gebruik.  Niet allemaal tegelijkertijd bijvoorbeeld, en niet allemaal via dezelfde route naar dezelfde bestemming. Daarover zijn vaak goede afspraken te maken, zonder dat de verkeerspolitie er aan te pas hoeft te komen. Maar altijd in de wetenschap dat hij er is als je hem nodig hebt.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Snelheid en capaciteit

Internetten in een cafe

De honger lijkt niet te stillen: er lijkt geen maat te staan op de vraag naar snelheid en capaciteit.

Voor streaming muziek, online video of andere breedbandige toepassingen in huis of op het werk. De netwerktechnologie beweegt mee: via 1G-analoog, 2G-GSM en 3G-UMTS zijn we inmiddels aanbeland in het 4G-LTE tijdperk.  De data die per eenheid frequentieruimte afgehandeld kan worden, is per technologie enorm toegenomen. Vraag en aanbod sluiten daardoor goed op elkaar aan. Om te garanderen dat dat zo blijft hebben operators in principe de volgende mogelijkheden.

Meer basisstations

Operators kunnen de capaciteit van een netwerk  verhogen door meer basisstations te plaatsen. Dat leidt tot een kleiner dekkingsgebied en minder gebruikers per basisstation. Per gebruiker is er dan meer capaciteit beschikbaar. Het plaatsen van extra basisstations betekent vaak ook dat er extra antenne-opstelpunten gebouwd moeten worden. Hoewel dat duur is en relatief veel tijd kost, laten de cijfers zien dat operators daar actief aan werken.

Meer frequentieruimte

Daarnaast hebben operators de mogelijkheid om meer frequentieruimte te gebruiken. Deze kunnen zij bijvoorbeeld via een veiling verkrijgen. Hun apparatuur ondersteunt de nieuwe frequentieruimte in de regel al. Maar frequentieruimte is schaars en daardoor vaak kostbaar. Bovendien brengen leveranciers van netwerk-apparatuur vaak licentiekosten in rekening op basis van de gebruikte frequentieruimte. 

Gedeeld gebruik

LSA staat voor Licence shared access. Het is een techniek die gedeeld gebruik van eenzelfde frequentieband mogelijk maakt.  Hierbij ontstaat er op een bepaald moment, op een bepaalde frequentie in een bepaalde regio een soort “alleenrecht”. LSA is vooral bruikbaar voor die frequentiebanden die niet continu in gebruik zijn. De GSM- en UMTS-banden zijn hiervoor dus niet geschikt.

De vergunningaanvraag zal bij LSA volledig geautomatiseerd zijn. Het gebeurt vanuit het gebruikte apparaat zelf. Zo kan in de toekomst vanuit een camera een vergunning worden aangevraagd voor gebruik van frequenties voor een televisie-uitzending. Vanuit de database van Agentschap Telecom krijgt de aanvrager vervolgens een frequentie toegewezen. Deze wordt automatisch in het apparaat geprogrammeerd. Hierna kan de uitzending van start gaan. Als blijkt dat de primaire gebruiker van de band alle frequentieruimte nodig heeft, dan krijgen de andere gebruikers te horen dat ze hun uitzending moeten opschorten.  

Het verdelen van frequentieruimte gaat op deze manier zeer snel en gemakkelijk. Het maakt het bovendien mogelijk dat frequenties zowel in tijd als per locatie gedeeld kunnen worden. Nadeel is dat er geïnvesteerd moet worden in automatisering om het systeem te laten werken. Dat geldt zowel voor de gebruikers van de frequentieruimte, als voor Agentschap Telecom.

Op dit moment is er bij het agentschap een pilot om LSA verder te ontwikkelen. Als die succesvol blijkt, kan LSA mogelijk ook voor andere frequentiebanden gebruikt worden.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Mobiele bereikbaarheid 112

Brandweerwagen

De maatschappij eist dat noodnummer 112 altijd bereikbaar is, ook met de mobiele telefoon.

Uit onderzoek van Agentschap Telecom en TNO blijkt dat in 99% van de gevallen ook zo te zijn.

Maar er zijn ook plekken waar de kans statistisch kleiner is. De oranje gebieden op onderstaande kaart laten dat zien. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van testoproepen en data van operators.

Om de situatie in deze regio’s te verbeteren biedt Agentschap Telecom op verzoek van de gemeenten technische kennis en kunde aan. Voorwaarde daarbij is dat ze eerst contact opnemen met de operators om tot een oplossing te komen. Acht gemeenten en de Vereniging Zeeuwse Gemeenten hebben hiervan gebruik gemaakt. Daarnaast heeft het agentschap in een incidenteel geval lokale metingen verricht, zoals in Huizen en Naarden, om een gedetailleerder beeld te krijgen van de situatie ter plekke. Vervolgacties bleken daar niet nodig.

Agentschap Telecom kan operators op basis van de vergunningsvoorwaarden niet aanspreken op het beperktere bereik in de ‘oranje gebieden’. Gelukkig blijkt dat de operators zelf hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. In 2015 hebben zij diverse verbeteringen doorgevoerd in hun netwerken. Het gaat om het vernieuwen van bestaande apparatuur, het bijplaatsen van masten en antennes en het bijstellen van bestaande antennes. Met een stijging van 9,5% was de toename van het aantal antenne-installaties het grootst in de provincie Drenthe, gevolgd door Limburg (8,9%) en Overijssel (6%).

Kwaliteitseisen mobiele telefoons

Uit het onderzoek naar de mobiele bereikbaarheid van 112 bleek dat zaken als bebouwing, bebossing, weersinvloeden, en de kwaliteit van de antennes van mobiele apparatuur mee spelen. Voor wat betreft dit laatste: er blijkt een grote variatie te zitten in de gevoeligheid voor het ontvangen van mobiele signalen.  Vanaf 13 juni 2017 gelden er (verplichte) nieuwe Europese regels voor radioapparaten en mogen telefoons met een zeer lage gevoeligheid voor mobiele signalen niet meer worden verkocht. Ze moeten vanaf dan voldoen aan minimale kwaliteitseisen voor het ontvangen van mobiele signalen.  Hier worden in Europees verband geharmoniseerde normen voor opgesteld. Het agentschap heeft zich in Europa met succes  sterk gemaakt voor deze aangescherpte regelgeving.

Opbouwtijden

Het is niet mogelijk om via 4G te bellen met 112. Telefoons moeten daarvoor terugschakelen naar 3G of 2G. De tijd die hiervoor nodig is verschilt. In 1 procent van de testoproepen bleek de opbouwtijd langer dan 10 seconden te zijn. Gedurende die tijd hoort de beller geen kiestoon of ander geluid. Daardoor kan het gebeuren dat een beller ten onrechte denkt dat de noodoproep niet slaagt. Operators hebben technische verbeteringen doorgevoerd waarmee ze de terugschakeltijd teruggebracht hebben. Agentschap Telecom blijft in gesprek met de operators en verwacht dat de opbouwtijden in de toekomst nog verder af zullen nemen. Vooral ook omdat de operators hebben aangegeven dat 112 uiterlijk 2017 ook via 4G bereikbaar zal zijn.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Breedband in buitengebieden

In een aantal zogenaamde ‘buitengebieden’ van Nederland is nog geen snel breedbandinternet, bijvoorbeeld via kabel of glasvezel. Het vergt hoge investeringen om dat daar aan te leggen. Investeringen wegen dan vaak niet op tegen de kosten. Delen van Nederland blijven zo verstoken van breedband. Dat is onwenselijk.    

In 2015 heeft Agentschap Telecom daarom een interne inventarisatie uitgevoerd naar mogelijke draadloze alternatieven. Met een snelheid tot 225 MB/s kan 4G dat zijn. In Nederland kan bijna 98,5% van de bevolking beschikken over 4G.  

Daar waar nog geen 4G dekking voorhanden is, is een satelliet-abonnement een optie (22 Mb/s). Als laatste en duurste alternatief is een lokale ‘eigen’ straalverbinding een mogelijkheid (30-40 Mb/s). Dat kan via een gezamenlijke intekening. In voorkomende gevallen kan ook een geheel eigen ‘private’ straalverbinding georganiseerd worden (zelfs tot 1 Gb/s). Dat laatste is veruit de duurste oplossing, vergelijkbaar met de private kosten voor het zelf aanleggen van glasvezel.

De ontwikkelingen op breedbandgebied gaan snel. In 2015 zijn diverse initiatieven ontplooid en zijn bewoners, provincies en gemeenten op vele (vaak vernieuwende en creatieve) manieren bezig geweest om breedband te realiseren in hun woongebied. Op de EZ-website Samensnelinternet.nl staan breedbandinitiatieven, financieringsmogelijkheden en subsidieregelingen voor breedbandinternet.

Breedbandtoegang in buitengebieden is van belang voor de leefbaarheid en economische bedrijvigheid in deze gebieden. De toegang tot snel internet kan worden gezien als een voorwaarde voor een gunstig woonklimaat en een economisch gezond vestigingsklimaat. Vandaar de inspanningen van Agentschap Telecom om ook de draadloze alternatieven in kaart te brengen en de belanghebbenden hierop te attenderen,

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Meer capaciteit per straalverbinding

Om te voorzien in de groeiende behoefte aan capaciteit zijn veel straalverbindingen de laatste jaren vernieuwd of vervangen. Straalverbindingen vormen voor de mobiele operators een belangrijk onderdeel van de ‘last mile’ van hun backbone-netwerk.

Agentschap Telecom signaleert dat het aantal straalverbindingen nagenoeg constant blijft. Maar de kanaalbandbreedte per straalverbinding is over de afgelopen 8 jaar van gemiddeld 10 naar ruim 30 MHz gegaan. Deze verdrievoudiging maakt het plannen en toewijzen van beschikbare frequentieruimte steeds gecompliceerder.

De explosieve groei van het aantal aanvragen voor vergunningen voor straalverbindingen van 2014 heeft zich voortgezet in 2015. Dit is het logische gevolg van de  uitrol van het LTE netwerk. Agentschap Telecom verwacht voor de komende jaren een stabilisatie van het aantal straalverbindingen.

Agentschap Telecom signaleert dat de bandbreedte per verbinding steeds groter is geworden. Zo zeer zelfs dat er locaties zijn waar de grenzen in zicht komen. In de lagere frequentiebanden (tot 18 GHz)   wordt de druk groot. De 40 GHz biedt nog wel ruimte.

De gemiddelde kanaalbandbreedte lag tot 2008 rond 10 MHz en stijgt naar ruim 30 MHz

De apparatuur die tegenwoordig ingezet wordt voor straalverbindingen combineert een verdrievoudiging van frequentiebandbreedte met een verbetering van de modulatietechnologie. Hierdoor is de  datasnelheid ruim 10 keer groter dan 10 jaar geleden. Zo zijn in hogere frequentiebanden straalverbindingen ingezet met datasnelheden van 1000 MB/s. Dat is vergelijkbaar met die van glasvezels.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Burenruzies

Antenne platform op Schiphol

Het is druk in de ether. Verschillende 'bewoners' komen daardoor steeds dichter op elkaar te zitten. Dat kan leiden tot spanningen tussen 'buren', vanwege dreiging van verstoring van systemen.

Dat is bijvoorbeeld het geval bij 4G en vitale radarsystemen in de 2,6 en de naastgelegen 2,7 GHz band. Onderlinge verstoringen moeten worden voorkomen, want de vitale radarsystemen spelen een belangrijke rol bij het veilig stijgen en landen van vliegtuigen.

Agentschap Telecom heeft daarom, vanuit zijn rol als technisch expert, het initiatief genomen om partijen bij elkaar te brengen, om de relevante technische informatie beschikbaar te stellen en om nader technisch onderzoek te doen naar mogelijke verstoringen en oplossingen. Door de bemiddelende rol te pakken heeft het agentschap ook de andere betrokken partijen, mobiele operators en publieke partners, weten te bewegen om te investeren in dit traject. Ook deze partijen hebben onderzoek uit laten voeren aan hun radarsystemen en een operator heeft een basisstation ter beschikking gesteld zodat het agentschap metingen en onderzoek kon doen naar de invloed van LTE-signalen op het vitale radarsysteem. Alle betrokken mobiele operators hebben bovendien aangeboden om zoveel mogelijk informatie aan te leveren om gezamenlijk tot afspraken te komen. Uit dit alles blijkt dat Agentschap Telecom als technisch expert in het netwerk van betrokken partijen een bijdrage kan leveren om situaties van (dreigende) verstoringen van systemen die werken in naburige banden te voorkomen. Daarmee geeft het agentschap in zijn rol als “havenmeester” invulling aan zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. De uitkomst van de door diverse partijen uitgevoerde werkzaamheden heeft geleid tot een set van afspraken met daarin vastgelegde normen en procedures. Het agentschap streeft er naar om het proces in 2016 formeel af te ronden. De lessen die uit dit proces zijn getrokken zullen door het agentschap worden benut ter voorkoming en oplossing van problemen die kunnen ontstaan door verschillende technieken dicht op elkaar te plaatsen.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

WiFi in woonwijken kan beter

Flatgebouw

Het gebruik van WiFi in woonwijken en stadscentra in de 2,4 GHz band is zo hoog, dat meer dan de helft van de gebruikers problemen ondervindt.

De kwaliteit van de verbinding is daar slecht te noemen. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van Agentschap Telecom. Als meer gebruikers zouden overstappen op de 5 GHz WiFi-band, zou de kwaliteit van de verbinding aanzienlijk verbeteren.

Wie in een woonwijk op de mobiele telefoon een WiFi-netwerk zoekt, ziet vaak tientallen netwerken op zijn beeldscherm verschijnen. Die werken vrijwel allemaal in dezelfde 2,4 GHz-band. Al eerder signaleerde Agentschap Telecom dat die band vol loopt. Gevolg is dat al deze netwerken elkaar storen en het gebruik van WiFi steeds problematischer verloopt. Wie foto’s wil versturen, een film wil downloaden of gaat skypen, krijgt vaak òf een vertraagde verbinding, òf wordt onderbroken. Ook omdat er in elk huishouden van twee of meer personen tegenwoordig al snel een stuk of tien apparaten staan die in deze band werken. Denk aan draadloze printers, tablets, smart TV’s, smartphones, en afstandsbedieningen.

Het onderzoek

Agentschap Telecom heeft onderzoek laten doen naar het WiFi gebruik in woonwijken, winkelcentra en kantoorparken. Op meer dan 180 locaties in Nederland zijn proefopstellingen gebruikt om te meten hoeveel data er verstuurd kan worden over een Wifi-netwerk.  

Uit het onderzoek blijkt dat de verbinding verbetert wanneer overgeschakeld wordt naar de 5 GHz WiFi band. Dit kan door de instellingen van de WiFi router aan te passen, moderne dualband-routers kunnen op zowel de 2,4 GHz als de 5 GHz frequenties werken. Als de router deze mogelijkheid niet heeft, kan een andere router geïnstalleerd worden. Voorwaarde is wel dat de draadloze apparaten  dit ook ondersteunen. Draadloze apparatuur die de laatste jaren op de markt is gebracht, kan vaak op beide WiFi-frequenties werken.

Uit het onderzoek is gebleken dat er ruim voldoende capaciteit beschikbaar is in de 5 GHz band. De bandbreedte is hier veel groter. Dat maakt een veel snellere verbinding mogelijk. Ook is de kans op verstoring van het WiFisignaal in deze band veel kleiner.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Lokale breedbandnetwerken voor bedrijven

Containers die worden gelost door zelfrijdende wagentjes, op afstand bestuurde kranen die schepen uitladen, de bagage-afhandeling op een luchthaven; de transport en de logistieke sector maakt de laatste jaren steeds meer  gebruik gemaakt van draadloze communicatie.

Om storingen in deze kritische bedrijfsprocessen te voorkomen, willen bedrijven het liefst gebruik maken van een ‘eigen’ lokaal netwerk. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek dat is verricht in opdracht van Agentschap Telecom.

Een betrouwbaar netwerk is essentieel voor de logistieke sector. Toch draaien veel van hun bedrijfskritische processen vaak nog op dezelfde frequentieband als WiFi doet. Het intensieve gebruik van deze band maakt dat de kans op storing niet denkbeeldig is. En dan staan automatische heftrucks en kranen plotseling stil…  En komen koffers niet of met grote vertraging  aan op de bagageband van het vliegveld…

Het mobiele netwerk zou eventueel gebruikt kunnen worden als “alternatief” voor de transport- en logistieksector maar biedt vaak niet de functionaliteiten die gewenst zijn. Bedrijven geven daarom  steeds vaker bij Agentschap Telecom aan dat ze behoefte hebben aan frequenties voor een eigen breedband netwerk.

Toch zijn er inmiddels meerdere oplossingen om storingen in de draadloze aansturing te voorkomen. Zo is het mogelijk om over te stappen naar de tweede WiFi band, de 5 GHz band. Voor deze band is geen vergunning nodig, en er is nog heel veel ruimte om draadloos processen aan te sturen. Een nog betrouwbaardere oplossing is het inrichten van een eigen privaat netwerk. Dan hebben bedrijven helemaal geen last meer van gebruikers die actief zijn op dezelfde frequentie. En aan snelheid hoeft niet te worden ingeboet: een dergelijk eigen netwerk kan gebruik maken van 4G! 

In Midden- en Zuid-Nederland is de 3,5 GHz band beschikbaar voor ‘private LTE’. Hiervoor is wel een vergunning van Agentschap Telecom nodig. Vergunning lokale breedbandnetwerken in de 3,5 GHz band

Agentschap Telecom verleent vergunningen in de 3,5 GHz-band voor mobiele communicatie. In deze band is private LTE voor bedrijven mogelijk. Er is veel vraag naar frequentieruimte in deze band. In 2015 heeft Agentschap Telecom 34 vergunningen verstrekt. De vergunningen worden per opstelpunt verleend.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Meer partijen in telecomketen

Het fenomeen is zichtbaar in diverse sectoren: tussenpersonen. Soms een individueel persoon, soms een complete branche. Specialisten die met hun kennis en expertise hun opdrachtgevers ‘ontzorgen’.

Adviesbureaus, bijvoorbeeld op juridisch gebied of ruimtelijke ordening. Of onderaannemers die een specifiek deel van de bouwwerkzaamheden voor bouwbedrijven op zich nemen. Agentschap Telecom ziet deze laag ook op gebied van de telecommunicatie-infrastructuur. Ze leggen voor vergunninghouders bijvoorbeeld zendinstallaties aan of onderhouden deze. Of verzorgen als opdrachtnemer een deel van de frequentieplanning. Zo ‘ontzorgen’ ze de vergunninghouder. Deze hoeft zelf niet te investeren in de technische expertise die voor dergelijk werk gevraagd wordt. Dat is gemakkelijk en vaak ook goedkoper. Maar het leidt ook nog al eens tot onduidelijkheid over verantwoordelijkheden. Agentschap Telecom signaleert deze trend binnen een aantal deelterreinen van haar werkveld...   

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Frequentiegebruik bij bedrijven met gevaarlijke stoffen

Industriegebied

Petrochemische industrie, olieraffinaderijen: bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen moeten aan strenge veiligheidseisen voldoen. Zorgvuldig frequentiegebruik is voor deze sector van groot belang. Bijvoorbeeld voor de continuïteit van productieprocessen of voor beveiliging en communicatie.  Uitval van dergelijk frequentiegebruik kan leiden tot grote economische schade. Of erger.

Risico’s onzorgvuldig frequentiegebruik

In Nederland zijn ongeveer vierhonderd van dergelijke Brzo-bedrijven. Meer dan een kwart daarvan ligt in het Rijnmondgebied. In deze regio heeft Agentschap Telecom onderzoek gedaan naar het bewustzijn van het belang van zorgvuldig frequentiegebruik.

Bij 21 van de 26 onderzochte bedrijven zijn overtredingen geconstateerd. Deze variëren van afwijkingen in technische parameters tot zelfs illegaal frequentiegebruik. Bedrijven lijken zich niet goed bewust te zijn van de risico’s die dit met zich meebrengt. Dat geldt zowel voor de continuïteit van het eigen bedrijfsproces, als voor de veiligheid van het bedrijf en de omliggende regio in meer algemene zin. Hoewel er op dit moment geen sprake is van acute gevaarzetting, is het welverontrustend.

Beperkte ‘radiokennis’

Het blijkt dat er bij de gecontroleerde Brzo-bedrijven  weinig ‘radiokennis’ aanwezig is. Bedrijven zijn daardoor niet in staat om installatie en onderhoud van zendapparatuur zelf te verzorgen. Ze besteden het daarom uit en hebben er zelf geen omkijken meer naar. Dat gemak heeft een keerzijde: het maakt dat ze zelf niet in staat zijn te beoordelen of alles conform voorwaarden functioneert. Ze zijn volledig afhankelijk van de expertise van externe specialisten, de installateur of leverancier.

Die expertise verschilt nogal. De ene installateur is de andere niet… Soms zijn installaties  technisch gewoon niet goed aangelegd, of in strijd met de vergunningsvoorwaarden. Bijvoorbeeld als het zendvermogen wordt opgeschroefd om een betere dekking te realiseren. Ook worden er niet toegewezen frequenties gebruikt. Of wanneer de antennehoogte of de locatie van een basisstation gewijzigd wordt. Als dit gebeurt in strijd met de technische parameters, kan het leiden tot problemen bij andere frequentiegebruikers. 

Wijzigingen in vergunningsparameters worden lang niet altijd gemeld bij het agentschap. Daardoor heeft Agentschap Telecom niet langer een actueel en betrouwbaar beeld van het feitelijke frequentiegebruik terplekke. 

Zo kan het voorkomen dat er nieuwe vergunningen worden verstrekt op basis van een onjuiste feitelijke situatie. Hierdoor neemt het risico op storingen sterk toe. En in het geval van Brzo-bedrijven kan dan ook het veiligheidsrisico toenemen.   

AT zal in 2016 op basis van dit beeldvormend onderzoek in de regio Rijnmond het bewustzijn binnen de sector verbeteren.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

LED-verlichting voldoet niet aan de Europese richtlijnen

Led-lampen

LED-verlichting is energiezuinig en kent een lange levensduur. Minder bekend is dat ze ook storing kunnen veroorzaken op frequentiegebruik.

Uit onderzoek van Agentschap Telecom, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de Inspectie Leefomgeving en Transport- blijkt dat LED’s die in grote aantallen worden gebruikt, bijvoorbeeld in kantoren of winkels, storing kunnen veroorzaken op andere apparaten. Ook als de LED’s zelf wel aan alle eisen voldoen kan het zijn dat de installatie als totaal storing op andere apparatuur veroorzaakt. Dat is bijvoorbeeld het geval als de installatieaanwijzingen van de fabrikant over de lengte en soort van de bekabeling niet worden opgevolgd. Dat kan overbelasting van hoogspanningstransformatoren en vervolgens storingen veroorzaken.

De installatie wordt vaak niet gedaan door de gebruiker maar door een ingehuurde installateur.

Zij worden niet genoemd in de EMC-richtlijn, noch in de daarbij horende toelichting. Daardoor kan het agentschap hen niet formeel aanspreken. Agentschap Telecom kiest daarom voor voorlichting en zal installatiebedrijven in diverse publicaties wijzen op hun positie en verantwoordelijkheid.

Er kleven meer risico’s aan LED-lampen. Als ze niet voldoen aan de geldende regelgeving kunnen ze ook onveilig zijn of schadelijk voor het milieu. Dat is verontrustend. Want uit het onderzoek bleek ook dat van de 35 onderzochte LED-lampen voor huishoudelijk gebruik, er geen enkele bleek te voldoen aan alle eisen. Bij twintig producten was de elektronische veiligheid onvoldoende. Bij zeven lampen ontbrak de CE-markering en de merk- en typeaanduiding.

Vijf soorten lampen die niet aan de hoogspanningsproef voldeden, zijn inmiddels door de importeur in Europa teruggehaald na aanwijzing van Agentschap Telecom. Het ging hier om aankopen via internet. De overige lampen kunnen ondanks de tekortkomingen gebruikt blijven worden. Wel is het verstandig om LED-lampen niet in aanraking te laten kom met brandbare materialen, zoals vitrages en gordijnen. Ook verdient het aanbeveling de stekker uit het stopcontact te halen bij het vervangen van een lamp. 

Alle bedrijven waar tekortkomingen zijn geconstateerd moeten de gebreken herstellen. Ook moeten ze de normen op het gebied van elektronische veiligheid strikter toepassen.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Handel in vergunningsvrije apparatuur

Besturen van drone

Net als bij de smartphone kunnen we in ons dagelijks leven bijna niet zonder draadloze apparatuur die werkt in vergunningvrije frequentiebanden.

Denk aan WiFi, draadloze koptelefoons, garagedeuropeners, barcodescanners en anti-diefstalpoortjes in winkels. Zowel in het gebruik van de frequenties als in de verkoop van deze apparatuur is een toename te zien. Op vergunningsvrij gebruik én op de apparatuur zelf zijn wel voorwaarden van toepassingen om storingen te voorkomen. Deze staan in de regeling ‘vergunningsvrije radiotoepassingen’.

Fabrikanten en verkopers richten zich nog steeds vooral op vergunningsvrije banden die al overvol zijn, zoals WiFi in de 2,4 GHz. Om bij congestie toch bereik te hebben, bieden zij apparatuur aan met zwaardere vermogens, met alle katalytische gevolgen van dien. Goed werkende apparatuur in de omgeving doet het dan opeens niet meer. En ook daarvoor wordt de oplossing vaak gezocht in het verhogen van het zendvermogen. De informatievoorziening aan de consument over andere handelingsperspectieven is niet altijd juist of volledig. 

Vergunningsvrij gebruik  in de 433 MHz-band neemt ook nog steeds toe. Dit is de band waar weerstations, alarmen en afstandsbedieningen voor bijvoorbeeld autoramen vaak werken. Ook hier leidt dat tot een grotere kans op onderlinge verstoring. Temeer daar de band ook nog wordt gedeeld met radiozendamateurs die vaak met grotere (toegestane) zendvermogens werken.   

In de 862 MHz-band zien we ook toenemend gebruik. Fabrikanten zijn binnen de gestelde voorwaarden vrij om een toepassing te bedenken. Gebruikers zijn vrij om het te gebruiken daar waar het uitkomt, ook op grotere hoogtes. Dit betekent dat er diverse toepassingen naast elkaar werken waardoor het lang  niet altijd voorspelbaar is dat het ook blijft werken.

Het gebruik van vergunningsvrije banden is daardoor niet altijd even betrouwbaar. En de gebruiker is zich hier lang niet altijd bewust van. Zeker in geval van professionele en vitale communicatie in vergunningvrije banden is dat risicovol. 

Agentschap Telecom roept daarom handel en fabrikanten op om consumenten hierover te informeren en handelingsperspectieven te bieden (bijvoorbeeld een betere kanaalverdeling bij WiFi in de 2,4 GHz, het gebruik van de 5 GHz-band of draadloze microfoons in 862 MHz) 

Webshops

Consumenten kopen hun apparatuur steeds vaker via internet. Vaak gaat het om webshops van buiten de EU. Daardoor is er niet altijd voldoende zicht op de conformiteit van de apparatuur. Dat heeft consequenties voor de betrouwbaarheid en het stoorpotentieel. Agentschap Telecom signaleert dat er steeds meer ondernemingen ontstaan die zich richten op het eenmalig verhandelen van een opgekochte bulkvoorraad, meestal vanuit China. Als de voorraad verkocht is, stapt de handelsonderneming vaak weer over op een ander product. Daarin schuilen risico’s. Voor de consument is het lastig om de kwaliteit van een product in te schatten. Soms ook gaat het om producten die in Nederland niet meer gebruikt kunnen of mogen worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij sommige draadloze microfoons die via webshops worden aangeboden. Vanaf 1 januari 2016 is het gebruik van draadloze microfoons in het frequentiegebied tussen 790 en 862 MHz niet meer toegestaan. Het is daarnaast aannemelijk dat deze draadloze microfoons in toenemende mate zullen worden gestoord door het LTE-signaal.

Toezicht vanuit het agentschap is niet mogelijk: ondeugdelijke producten komen vaak pas in beeld als ze daadwerkelijk storing veroorzaken. Agentschap Telecom wijst ondernemingen op hun verantwoordelijkheden. En roept consumenten op zich bewust te zijn van de onzekere kwaliteit.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Minder graafschades in 2015 en toch…

In 2015 is het aantal graafschades in Nederland opnieuw gedaald met ongeveer 6%. (Meer over deze graafcijfers vindt u in ons archief, onder Actueel->Nieuws->2016.) Dit mede dankzij de inspanningen van alle betrokken partijen in de graafketen.

De grondroerder, netbeheerder en opdrachtgever staan onder toezicht van Agentschap Telecom. Een aantal fungeert meer als intermediair. Deze laatste categorie vervult meerdere rollen. Rollen die niet in de Wion zijn verankerd, noch direct zijn gelieerd aan het wettelijk begrip ‘zorgvuldig graven’. Maar zij hebben wel invloed op het naleefgedrag van de formeel onder toezicht gestelden. En daarmee op het verminderen van graafschades.

Nieuwe partijen in de graafketen

Intermediairs worden niet genoemd in de Wion. Maar in de praktijk maken ze wel onderdeel uit van de graafketen. Op grond van de Wion is de grondroerder degene die verantwoordelijk is voor het inrichten van een zorgvuldig graafproces. Ook als hij hiervoor bedrijven inhuurt.

In september 2014 heeft er een gasexplosie plaatsgevonden, waarbij twee mensen omkwamen. Eén daarvan was de kraanmachinist die graafwerkzaamheden had verricht op de graaflocatie. De kraanmachinist was feitelijk werkzaam als graver.

Uit het onderzoek van de Onderzoekraad voor Veiligheid naar de achtergronden van deze gasexplosie in Diemen blijkt dat het goed mogelijk is dat bedrijven die op regiebasis ingehuurd worden niet doordrongen zijn van alle eisen en achtergronden die horen bij het ‘zorgvuldig graafproces’. Daardoor kon de feitelijke graver de grondroerder er niet op wijzen bepaalde handelingen te doen, of  na te laten, in het belang van het zorgvuldig graven.

Deze bevinding wordt door Agentschap Telecom herkend en onderschreven. De feitelijk graver speelt in de praktijk dus een belangrijke rol en daarom maakt Agentschap Telecom er in 2016 een speerpunt van om hen in de praktijk te ondersteunen, om zijn rol in de graafketen goed te kunnen uitvoeren. 

In de graafpraktijk signaleert Agentschap Telecom twee nieuwe partijen:

Advies- of ingenieursbureaus

Deze partijen voeren in de praktijk geen graafwerkzaamheden uit, maar hebben wel invloed op het naleefgedrag van de opdrachtgever en grondroerder. Vaak vervult een bureau in opdracht de gedelegeerde opdrachtgeversrol ten aanzien van de grondroerder. Het brengt daarbij zijn specifieke kennis in op een bepaald vlak, neemt een coördinerende rol op zich ten aanzien van het overleg met netbeheerders en is vaak projectverantwoordelijk voor het ontwerp en de realisatie van een bepaald initiatief.

Agentschap Telecom stelt vast dat advies- en ingenieursbureaus in de rol van intermediair buiten het kader van de Wion vallen, maar regelmatig alle contacten en afspraken maken over bijvoorbeeld de ligging of verlegging van de bestaande infrastructuur. Daarbij dient het bureau zich wel bewust te zijn dat het een zorgvuldig opdrachtgever behoort te zijn. In de praktijk is dit niet altijd het geval.

ICT-bedrijven

Er zijn steeds meer bedrijven die de markt van de grondroerders bedienen met slimme ICT-instrumenten voor de ontsluiting van gebiedsinformatie. Denk daarbij aan het op een slimme manier ontsluiten van de gebiedsinformatie op een tablet, een app voor het registreren van afwijkende ligging en een extra alert op het hulpmiddel voor een eventuele Eis Woorzorgsmaatregel. Het gebruiksgemak van dergelijke innovaties wordt door de grondroerders erg gewaardeerd. Tijdens de controles door Agentschap Telecom wordt vaak door de graafteams aangegeven dat zij hierdoor meer met de beschikbare gebiedsinformatie doen tijdens het graafproces waardoor de kans op een graafschade vermindert.

Het gebruik van dergelijke innovaties is mogelijk omdat de Wion zich niet uitspreekt over de vorm waarin deze gebiedsinformatie aanwezig moet zijn. Dit kan dus zowel in analoge-, (papieren versie) en/of digitale vorm. Bij de digitale vorm maakt met vaak gebruik van een PC of tablet met gps. Het wettelijke uitgangspunt bij beide vormen blijft gelijk: de gebiedsinformatie moet op de graaflocatie aanwezig zijn en op de graaflocatie moet kunnen worden vastgesteld dat de aanwezige informatie actueel en authentiek is.

De automatiseringsbedrijven helpen de grondroerder bij het inrichten van het zorgvuldig graafproces. De gemiddelde grondroerder vertrouwt erop dat het geleverde instrument ook voldoet aan de wettelijk bepalingen. Er bestaat echter geen keurmerk voor dergelijke hulpmiddelen en ook het agentschap geeft geen goedkeuring.

Door middel van voorlichting wil het agentschap bewerkstelligen dat beide -relatief nieuwe partijen- op de hoogte zijn van de wettelijke eisen.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Onnodige verstoringen op en rondom het water

Wat verkeerstorens zijn voor de luchtvaart, zijn walstations voor de maritieme sector: knooppunten voor de maritieme sector, onmisbaar voor een veilige en vlotte doorstroming van het scheepvaartverkeer. Het maakt walstations tot essentiële schakels voor de Nederlandse economie.

In de voorgaande editie van de Staat van de Ether signaleerde Agentschap Telecom al afwijkingen bij walstations van Rijkswaterstaat. In 2015 bleek dat er ook bij andere vergunninghouders, zoals provincies, KNRM, Defensie en gemeenten, afwijkingen waren in de werking van walstations. In Nederland zijn, op moment van schrijven, 754 walstations.

Agentschap Telecom heeft opdracht gegeven de afwijkingen te herstellen. Helaas bleek de situatie ook na herstelwerkzaamheden nog niet altijd  in orde. De reden: commerciële installateurs blijken vaak onvoldoende bekend te zijn met de regels en technische parameters. Soms ook is er sprake van montagefouten of gebruik van ondeugdelijke componenten.  

De vergunninghouder is en blijft verantwoordelijk voor de werking van de installatie. Ook al is de installatie en beheer van apparatuur uitbesteed aan een opdrachtnemer.   

Marifoons

Agentschap Telecom signaleert ook fouten in de werking van marifoons.  Het invoeren van de juiste instellingen van een marifoon wordt vaak uitbesteed, veelal aan een installateur of  via de scheepswerf waar de boot of het schip wordt onderhouden.  Agentschap Telecom bemerkt dat er veel onjuiste ATIS-Codes vanuit de marifoons worden gezonden. Marifoons zenden dan foute identificaties uit, waardoor schepen verkeerd worden aangeroepen of begeleid. Dat kan uiteindelijk zorgen voor een belemmerde doorstroom van de scheepvaart, en zelfs tot ongelukken.

Agentschap Telecom roept vergunninghouders op de gegevens van marifooninstallaties zelf te controleren. Dit kan door bijvoorbeeld door tijdens het varen een verkeerspost te vragen wat er wordt uitgezonden, maar ook door goede afspraken te maken met de installateur. Controleer jaarlijks de instellingen van de installatie. Net zoals je je reddingsvesten controleert! 

Programmering AIS

Het toezicht van het agentschap spitste zich in 2015 onder andere toe op het gebruik van de Automatic Identification System-transponder (AIS). Deze transponder verzendt o.a. gegevens over locatie, snelheid, lading en koers van schepen. Zo kunnen schepen elkaar veilig passeren en heeft de vaarwegbeheerder inzicht in wat er zich op het water bevindt. Dat maakt AIS belangrijk voor de veiligheid op het water. Het is daarom verplicht voor grote koopvaardij- en passagiersschepen en sinds 1 december 2014 ook voor de meeste schepen op de Rijn. Agentschap Telecom houdt toezicht op de naleving van deze verplichting. Bij wijze van overgang heeft het agentschap er in 2014 voor gekozen om schepen zonder AIS niet direct te beboeten, maar om eerst een waarschuwingsbrief te verzenden. In 2014 zijn in totaal 275 van dit soort brieven verstuurd. Deze werkwijze is in 2015 gecontinueerd. Bij voortdurende overtredingen (recidive) legt het agentschap een last onder dwangsom op.

Uit het onderzoek is gebleken dat de naleving in de afgelopen twee jaar is verbeterd. In 2013 is er in de vorm van een nalevingsonderzoek een nulmeting gedaan.

Als de identificaties (scheepsnaam, roepnaam, MMSI en IMO/ENI-nummer) van de AIS-transponder van een schip niet goed geprogrammeerd zijn, dan is de identiteit van een schip (bij calamiteiten) niet altijd goed te achterhalen. Inspecteurs van Agentschap Telecom zien nog steeds met grote regelmaat  dat AIS-transponders onjuist geprogrammeerd zijn. Een goede programmering is wel belangrijk. Bij calamiteiten identificeren hulpverlenende instanties uw schip sneller.

Identificaties zijn van groot belang voor de veiligheid van de vaarweggebruikers. Agentschap Telecom roept de gebruikers op niet alleen op de ingeschakelde installateur te vertrouwen. Controleer zelf ook de ingestelde gegevens! Dit kan eenvoudig door bijvoorbeeld een verkeerspost te vragen wat er wordt uitgezonden of door zelf de programmering te controleren.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Kwaliteit van het FM-radiolandschap

RadioControlekamer

Wie denkt dat het einde van de FM-omroepband nabij is nu DAB+ landelijk en regionaal is uitgerold, zou zich wel eens kunnen vergissen. Nog steeds namelijk, zijn vergunninghouders op zoek naar meer ruimte in de FM.

Dat blijkt uit het aantal aanvragen in de vorm van netverbeteringsvoorstellen. Daarnaast blijft er veel behoefte aan frequentieruimte voor evenementenzenders.

Beide hebben veel impact op de frequentieplanning in de toch al zeer drukke FM-omroepband. Agentschap Telecom plant zodanig dat verstoringen  niet voor kunnen komen. Het uitgangspunt daarbij is dat iedereen zich aan de vergunningsvoorwaarden houdt. Ook zijn er ook internationaal afspraken gemaakt over de planning met de buurlanden.

Agentschap Telecom controleert of de vergunninghouders de juiste technische parameters hanteren. Verder bewaakt het agentschap de kwaliteit van het FM landschap, zodat er geen verstoringen ontstaan in de naast gelegen luchtvaartband en de luisteraar zijn favoriete radiostation storingsvrij kan ontvangen.

De meeste vergunninghouders hebben geen technisch personeel om het naleven van de vergunningvoorwaarden goed te beoordelen en een second opinion kost geld. Zenderoperators krijgen vaak alle vrijheid om het voor hen te verzorgen. Om ruimte en kosten te besparen, combineren operators vaak verschillende zenders op één antennesysteem.  Dat is vanuit efficiencyoverweging begrijpelijk. En soms kan het ook niet anders  i.v.m. de beperkte ruimte op een mast. Toch moeten de vergunningsvoorwaarden altijd leidend blijven bij de keuze die zenderoperators maken.  Immers de vergunninghouders zijn eindverantwoordelijk voor het nakomen van hun vergunningvoorwaarden.

Vanuit het Landelijk Meetnet Telecom signaleert Agentschap Telecom ‘calculerend gedrag’ in delen van de markt. Voordat inspecties plaatsvinden wordt dikwijls het uitgangsvermogen van een FM omroepzender naar beneden gedraaid, om het na afloop weer omhoog te brengen. Ook in 2015 is dit gedrag tijdens de uitgevoerde inspecties meerdere keren waargenomen.  De zenderoperator werkt mee aan dit gedrag, al dan niet in opdracht van de vergunninghouder.     

Het verhogen van het vermogen maakt dat men meer potentiële luisteraars bereikt. Dit kan omroepen meer advertentie-inkomsten opleveren. Maar dergelijke praktijken hebben tegelijkertijd een grote weerslag op de planning in de FM-omroepband. Hierdoor lopen de feitelijke situatie en de administratieve situatie uitelkaar. Dit maakt dat toch verstoringen op geplande frequenties kunnen ontstaan. En erger nog: onnodige verstoringen van het luchtvaartverkeer. Daarnaast geldt dat de omvang van het aantal potentiële luisteraars de waarde van de vergunning bepaalt. Een vergunninghouder die meer “ruimte” krijgt van zijn zenderoperator heeft hierdoor een financieel voordeel. Dat gaat ten koste van vergunninghouders die zich wel houden aan de voorwaarden.

In 2015 hebben reguliere inspecties plaatsgevonden en zijn er inspecties geweest naar aanleiding van klachten en handhavingsverzoeken. Daarnaast was er veel contact met de diverse vergunninghouders en hun operators. 

De combinatie van monitoring op afstand en waarnemingen ter plaatse maakt dat het agentschap een goed beeld heeft van de actuele situatie in het radiolandschap.

Recente uitspraken van de CBb en de naderende veilingen/verlengingen van categorieën omroepen maken dat het mediadossier de nodige dynamiek kent. Voorop staat dat de kwaliteit van het radiolandschap geborgd dan wel op onderdelen hersteld moet worden om de maatschappelijke en economische belangen van dit medium duurzaam te behartigen.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Illegaal FM

Het Landelijk Meetnet Telecom (LMT) registreert 24 uur per dag het frequentiegebruik in Nederland.

Het maakt gebruik van 15 meetpunten die verspreid zijn over heel Nederland. Daarmee kan onder andere  illegaal frequentiegebruik opgespoord worden. Het registreert namelijk het aantal uren kortdurend spectrumgebruik in de FM omroepband (87,5 MHz tot en met 107,9 MHz). Dit duidt op illegaal gebruik. Legale FM-omroepzenders zenden namelijk continu uit. 

Niet alle kortdurende uitzendingen zijn illegaal. Het agentschap geeft evenementenvergunningen af die toestemming geven tijdelijk in de FM-omroepband uit te zenden. Deze worden gebruikt voor bijvoorbeeld feestweken of andere speciale gebeurtenissen. Illegale uitzendingen worden vooral waargenomen in de provincies Overijssel en Drenthe.

Dit artikel hoort bij: Staat van de Ether 2015

Vergoeding geregistreerd frequentiegebruik

Vanaf 1 januari 2016 berekent Agentschap Telecom de kosten die het maakt voor uitvoering en toezicht  op frequentiegebruik van radiozendamateurs en maritieme registratiehouders jaarlijks aan hen door.

Dat is in 2015 besloten. De kosten hiervoor bedragen 31 euro per registratie. Registratiehouders zijn hierover per brief geïnformeerd. Er zijn 74.227 brieven verzonden aan registratiehouders.